Ken je dat moment in september, als je ‘s ochtends bij de voordeur staat en geen enkel paar schoenen meer goed voelt? De sandalen zijn te koud, de sneakers worden nat en de winterlaarzen voelen nog veel te zwaar. Juist dan wil je één paar dat gewoon klopt, van de eerste frisse ochtend tot de laatste bladeren in november.

Voor mij is dat al jaren een paar enkellaarsjes. Niet vijf paar in verschillende kleuren, maar één paar waar ik echt goed over heb nagedacht. Hier lees je waar ik dan op let, en hoe je zo’n paar zo lang mogelijk mooi houdt.

Waarom één goed paar meer oplevert dan drie twijfelgevallen

Eerder schreven we hier al over het schoenengat van september, die weken waarin je schoenenrek niet bij het weer past. Enkellaarsjes vullen dat gat beter dan wat dan ook. Ze zijn warmer dan een sneaker, lichter dan een hoge laars en je draagt ze onder een jeans net zo makkelijk als onder een jurk.

Het idee van één paar gaat ook over ruimte in je gang, maar vooral over rust in je hoofd. Wie drie paar halfgoede laarsjes heeft, pakt toch elke dag hetzelfde paar, en de andere twee staan het hele seizoen te verstoffen. Bij kleding werkt dat precies zo, zoals je leest in het stuk over waarom één goede trui meer doet dan vijf goedkope.

Zwarte leren enkellaarsjes met een lage blokhak op een stoep vol natte herfstbladeren

Waar ik op let bij het kiezen

Een lage blokhak

Een plat laarsje is comfortabel, maar oogt onder een nette broek soms wat sloom. Een hoge naaldhak staat mooi, alleen fiets je daar niet mee naar de supermarkt. Een lage blokhak van een paar centimeter zit daar precies tussenin. Je staat er stabiel op, je loopt er een hele dag mee en je outfit krijgt net wat meer lijn. Kijk je bijvoorbeeld naar de enkellaarsjes voor dames met een lage blokhak van Lazamani, dan zie je hoe breed die keuze tegenwoordig is. Bijna alles staat er op een blokhak, van strakke zwarte leren modellen tot suède in taupe, tan en bruin, laarsjes in offwhite en merlot en een paar met een vleugje luipaardprint.

Leer of suède

Als het echt één paar moet zijn, kies ik voor leer. Leer kan tegen een regenbui, is makkelijk schoon te houden en wordt met de tijd alleen maar mooier. Suède is zachter en warmer van uitstraling, maar vraagt meer zorg en vindt een Hollandse plensbui minder leuk. Heb je al een leren paar, dan is suède een heel fijn tweede paar.

De kleur

Zwart is de makkelijkste keus, maar niet per se de beste. Kijk eens welke kleur je jassen hebben. Draag je vooral camel, beige en bruin, dan staat een bruin of taupe laarsje vaak mooier dan zwart. Draag je veel zwart, grijs en donkerblauw, dan kom je met zwart verder. Een warme tint als merlot is leuk, maar dan als tweede paar.

De pasvorm met sok

Pas je laarsjes altijd met de sok die je er in november onder draagt. Een dunne zomersok geeft een vertekend beeld, en een laarsje dat in september perfect zit, knelt dan in december. Ik draag eronder graag een sok met wat steun, zoals die van Sockwell, omdat mijn benen na een dag rennen tussen werk, school en supermarkt dan minder zwaar voelen. Die sokken zijn net iets dikker dan een gewone sok, dus ook daarom loont het om ermee te passen.

Zo draag je ze de hele herfst

Het mooie van een goed enkellaarsje is dat je er bijna alles mee kunt. Onder een rechte jeans valt de pijp net over de schacht. Bij een cropped broek laat je een stukje sok of enkel zien, wat in september nog prima kan. Onder een midirok of een gebreide jurk met een dikke maillot is het eigenlijk de makkelijkste combinatie die er bestaat. Zie het als een van die tijdloze basisstukken die altijd van pas komen, net als een goede trenchcoat.

Wordt het kouder, dan ruil je de dunne trui voor een dikke en de trenchcoat voor een wollen jas. Het laarsje blijft. Pas als je een dag door de modder van het bos wilt struinen, heb je iets anders nodig. Voor een lange herfstwandeling trek ik dan liever stevige wandelschoenen van KEEN aan, en dat is helemaal prima. Eén paar voor de stad betekent niet dat je nergens anders meer heen kunt.

Taupe suède enkellaarsjes met een borstel en schoenencrème op de keukentafel

Zo houd je ze mooi

Een paar dat de hele herfst meegaat, moet natuurlijk ook de hele herfst mooi blijven. Dit is mijn vaste routine.

  1. Impregneer je laarsjes voordat je ze voor het eerst draagt, en herhaal dat om de paar weken.
  2. Laat natte laarsjes langzaam drogen met wat krantenpapier erin, nooit op of naast de verwarming.
  3. Poets leer om de paar weken met een voedende crème in de juiste kleur, en borstel suède na het drogen op met een suèdeborstel.
  4. Draag ze niet elke dag achter elkaar. Een dag rust geeft het leer en de voering de kans om helemaal uit te drogen.
  5. Breng ze naar de schoenmaker zodra de hakken scheef gaan slijten, en wacht niet tot je de kern ziet.

Dat laatste punt vergeten we vaak. Toch is het precies wat een paar laarsjes van één seizoen verandert in een paar voor jaren. Milieu Centraal wijst erop dat repareren bijna altijd beter is voor het milieu, omdat je zo de levensduur van spullen verlengt en de grondstoffen en energie bespaart die nodig zijn om iets nieuws te maken. Een nieuwe hak of zool betekent een paar dagen zonder je favoriete laarsjes, en daarna heb je er zo weer een heel seizoen bij.

En als het toch gaat plenzen

Hoe goed je leren laarsjes ook geïmpregneerd zijn, op een dag met harde regen en diepe plassen zijn ze niet de beste keus. Ik heb daarom naast mijn ene paar enkellaarsjes nog één ander paar bij de deur staan, en dat zijn rubberlaarzen van Hunter. Daarmee breng ik op zulke dagen de kinderen naar school of doe ik op de fiets de boodschappen, en mijn laarsjes blijven droog voor de rest van de week.

Zo ziet mijn herfst er eigenlijk uit. Eén paar laarsjes waar ik blij van word, goed verzorgd, en een plan voor de dagen waarop het weer niet meewerkt. Meer heb je echt niet nodig.

Meer kleding en schoenen