Vanochtend vond ik een doos op zolder met mijn oude agenda’s. Niet de digitale, maar van die papieren dingen met een spiraalrug en stickers op de kaft. Eentje was van 2016. Ik bladerde erdoor met koffie in de hand, en ineens stond ik daar te grinniken bij mezelf op de keukenvloer, omdat die Marlieke van toen zo serieus in de pen klemde dat ze haar leven binnen drie maanden helemaal anders ging inrichten. Spoiler: dat ging anders.
Ik ben tien jaar verder. Twee kinderen, een man, een huis dat altijd net iets te vol is, een camera die ik elke week beter leer kennen. En als ik nu een brief zou kunnen schrijven aan die vrouw van toen, zou ik ‘m vandaag op de bus doen.
Je hoeft niet alles te weten voor je iets begint
Toen ik 28 was wilde ik pas iets durven nadat ik er drie boeken over had gelezen, vier blogs had bookmarked en minstens twee vrienden om advies had gevraagd. Ik wachtte tot iemand mij toestemming gaf om iets te proberen. Ik zou tegen haar zeggen: gewoon doen, joh. De cursus fotografie waar je nu over twijfelt? Boek ‘m. Die eerste opdracht waarvoor je je te onervaren voelt? Zeg ja en zoek het onderweg uit.
Want het beste dat ik geleerd heb in tien jaar is dat ik onderweg slim word, niet vooraf. De helft van wat ik nu kan, heb ik geleerd doordat ik in mijn kont werd geknepen en er gewoon doorheen moest. Dat soort wijsheid komt nooit uit een boek.

Die ene vriendschap mag je laten gaan
Ik ga niet beginnen over namen, want we wonen in een klein land en mijn moeder leest dit. Maar er was een vriendschap die ik tien jaar lang in stand hield uit gewoonte. Uit schuldgevoel. Uit het idee dat ik haar nodig had om me niet eenzaam te voelen.
Aan mijn jongere zelf zou ik zeggen: het is oké om ergens uit te lopen. Ook uit iets dat ooit goed voelde. Mensen veranderen, en soms groeien jullie de andere kant op. Dat is geen mislukking. Dat is gewoon wat er gebeurt als je niet stilstaat. Vriendschap na je dertigste ziet er anders uit, en dat mag.
De dingen die je nu druk vindt, gaan voorbij
In 2016 huilde ik tegen mijn moeder aan de telefoon over een deadline. Ik weet nog precies welke deadline, omdat ik er nu om kan lachen. Het ging om een tekst voor een klant die ik daarna nooit meer heb gezien. En ik was er drie weken lang van overstuur.
Wat ik niet wist toen ik 28 was, is dat bijna alles relatief is. Niet alles, want sommige dingen breken je echt. Maar de dagelijkse paniek waarvan ik dacht dat ik eraan zou stikken, blijkt achteraf vaak een rimpel. Ik wou dat ik had geweten dat ik vaker mocht ademen en minder vaak hoefde te rennen. Mijn oudste van zeven zegt nu wel eens: mama, je wangen zijn rood, ga even zitten. En dan denk ik: precies, kind.
Maak meer foto’s, ook van de gewone dagen
Hier ga ik bijna bij huilen, dus snel. Ik heb te weinig foto’s van mijn moeder van toen ze nog jonger was dan ik nu ben. Ik heb te weinig foto’s van mezelf met mijn zoon als baby omdat ik altijd dacht dat ik er niet uitzag.
- Maak die foto in de keuken met de afwas op de achtergrond.
- Vraag iemand om jou te fotograferen, ook als je geen make-up op hebt.
- Print ze ook echt uit, niet alleen op je telefoon laten verstoffen.
Die gewone dagen, met de pyjama’s en de cornflakes, die mis je later het meest.

Wat ik haar zou geven als laatste zin
Tien jaar geleden dacht ik dat ik in 2026 wel zou weten hoe het zit. Hoe je leeft, hoe je kiest, hoe je het allemaal evenwichtig houdt. Nu zit ik hier met een lauwe koffie, een wasmand die ik nog moet vouwen en een gevoel dat ik bijna nooit precies weet hoe het zit. En weet je wat? Dat is in orde. Dat is misschien wel het mooiste dat ik haar zou willen meegeven: je hoeft het niet door te hebben om gelukkig te zijn. Je mag het onderweg uitzoeken, met je rode wangen en je halve plan. Ik kus je op je voorhoofd, kleine Marlieke. We komen er wel.
Comments