Het begon eigenlijk per ongeluk. Ik was in een fase waarin alles wat ik probeerde — joggen, yoga, online cursussen, opstaan om zes uur — na drie weken weer in het rondhangen-doos verdween. Op een dinsdagochtend in november besloot ik dat ik wilde stoppen met al die ambitieuze gezondheidsplannen en dat ik gewoon naar de bakker zou lopen. Drie kwartier rondje. Niet snel, niet langzaam. Gewoon lopen. En dat was, zonder dat ik het toen wist, het begin van iets dat mij door de hele winter heen heeft gedragen.
De dagelijkse wandeling. Het klinkt belachelijk kleinburgerlijk en saai, maar inmiddels durf ik te zeggen dat het de beste therapie is die ik niet betaal.
Geen sportkleren, geen smartwatch, gewoon schoenen aan
Het belangrijkste aan deze gewoonte is dat ik er niets van gemaakt heb. Geen apparaten, geen apps die mijn stappen tellen, geen sportoutfit. Ik trek mijn gewone jas aan, doe mijn gewone schoenen aan, en stap de deur uit. Dat klinkt onbeduidend maar het maakt enorm uit. Want elke drempel die je weghaalt, vergroot de kans dat je het ook morgen doet.
Vroeger probeerde ik dingen altijd als “trainingen”. Een hardlooptraining. Een yogasessie. Daar zat dan al meteen druk op. Of het de moeite waard was. Of ik vooruitging. Of ik genoeg uren maakte deze week. Met wandelen heb ik niet die druk. Ik loop gewoon. Dat is het.

Mijn hoofd loopt mee, en sorteert onderweg
Wat ik niet had voorzien is dat een wandeling iets doet met je hoofd dat heel weinig andere dingen doen. Het is niet zomaar wat verlucht ademen. Het is iets actiefs. Onderweg bedenk ik dingen. Los ik problemen op. Krijg ik ideeën waar ik thuis aan mijn bureau zes uur naar zat te staren. Sorteer ik gesprekken die ik gehad heb en weet ik soms ineens wat ik had moeten zeggen.
Een paar dingen die ik onderweg geleerd heb:
- Eerst tien minuten zonder podcast of muziek, voor het hoofd kan leeglopen
- Daarna pas eventueel een audioboek of iets om naar te luisteren
- Geen werkgesprekken voeren tijdens het lopen, dat ruïneert de wandeling
- Een notitieapp open hebben voor onderweg ideeën
- Niet altijd dezelfde route, maar wel meestal hetzelfde startmoment
De winterversie van mezelf zou ik nu nooit meer willen missen
Ik dacht altijd dat ik een lente-en-zomer-mens was. Buiten zijn? Liefst met een biertje op een terras. In november-december zat ik vooral op de bank. Maar wandelen in de winter, met die scherpe lucht, de smalle horizon, en die rare witte stilte, dat is iets aparts. De buurt voelt anders. Je ziet andere mensen ook lopen, met hun handen in hun zakken, en je knikt naar ze. Het is een soort geheime club.
Mijn kinderen lopen tegenwoordig soms mee. Niet altijd, want ze hebben hun eigen agenda’s, ook al zijn ze zes en drie. Maar als ze meegaan dan zijn dat de meest waardevolle gesprekken die ik met ze heb. Geen schermen, geen afleiding, geen taken die wachten. Gewoon lopen en praten. Dat had ik eigenlijk gemist in ons dagelijks leven.
Het loopt door waar discipline het zou laten afweten
Ik heb me afgevraagd waarom dit blijft hangen waar andere goede voornemens uiteindelijk afhaakten. Ik denk dat het komt door drie dingen. Het is gratis. Het is laagdrempelig. En het levert iets op dat je voelt op die dag zelf, niet pas na zes weken.
Joggen voelde voor mij vooral als afzien met de belofte van resultaat ooit. Wandelen voelt als een cadeau aan mezelf op die dag zelf. Ik kom thuis en ben rustiger. Ik kom thuis en heb een idee. Ik kom thuis en heb mezelf gezien. Er zit geen vertraging in de beloning.
Ik schreef eerder over hoe ik probeer te sporten met kinderen aan mijn been, en daar zit nog een ander verhaal. Maar wandelen valt daar eigenlijk net buiten, want het is geen “sporten”. Het is iets anders. Het is bewegen als een vorm van denken.

Als ik er één gewoonte uit mocht halen, deze niet
Vorig jaar bedacht ik me dat als ik om wat voor reden dan ook al mijn gewoontes zou moeten opgeven, deze als laatste op de lijst zou staan. Belangrijker dan vitamines. Belangrijker dan op tijd naar bed. Belangrijker dan de tien wel-en-niet-dingen die ik mezelf op nieuwjaarsdag opleg.
De dagelijkse wandeling is het frame waar mijn dag in past. Zonder voel ik me sneller verkrampt, sneller geprikkeld, sneller alsof ik door mijn ramen heen wil kijken naar binnen in plaats van naar buiten. Mét voel ik me een mens die in haar buurt loopt, in een seizoen dat verandert, met dingen om over na te denken die mooi mogen worden tijdens drie kwartier voetstappen.
Dus dat is mijn therapie. Geen wachtkamer, geen factuur, geen tijdsblok. Een paar schoenen, een jas, en een rondje om de wijk. Als ik dat één ding had geweten op mijn dertigste, dan had ik een hoop andere experimenten kunnen overslaan.
Comments