Ik scrolde laatst door de foto’s op mijn telefoon, op zoek naar iets specifieks, en kwam terecht in een ravijn van wazige beelden waarvan ik niet meer wist wie waar en wanneer. Drieëntwintigduizend foto’s. Twintigduizend daarvan zijn schermafdrukken, een verkeerd ingedrukte selfie, of een spaghettipot die ik aan mijn moeder wilde laten zien. De foto’s waar het mij echt om ging waren onvindbaar. En toen besefte ik dat ik echt anders moest gaan fotograferen thuis. Niet meer, juist minder.
Fotografie is iets wat me al lang bezighoudt. Niet de gelikte versie met dure lenzen en grote setups. Ik bedoel: de foto’s van mijn kinderen in onze keuken op een gewone dinsdag. Die wil ik bewaren. Maar dan moet ik ze ook eerst maken op een manier die het bewaren waard is.
Stop met fotograferen als ze poseren
Dit is degene waar ik het meest aan moest wennen. Vroeger zei ik “kijk eens, lachen!” en dan kreeg ik dat scheve nepglimlachje waarvan iedereen weet dat het niks betekent. Ik heb honderden van zulke foto’s. Niemand kijkt er ooit nog naar, ook ik niet.
Tegenwoordig pak ik mijn camera (of mijn telefoon, wat dichter bij ligt) als ze me niet zien. Mijn dochter die op haar knieën zit en een tekening maakt, half in de zon. Mijn zoon die naar zijn boterham staart alsof het de raarste creatie ooit is. De gewone momenten waarin ze gewoon zichzelf zijn. Die foto’s wil ik over tien jaar terugzien.

Licht is alles, echt waar
Ik was bijna een jaar bezig met “een fotostijl te vinden” en alles wat ik daar uiteindelijk uit haalde was: kijk naar het licht. Een gewoon iPhone-fototje in goed licht is honderd keer mooier dan een dure camera in slecht licht. Onze keuken heeft een groot raam aan de westkant en als de zon laag staat, dan is dat het beste moment van de dag voor mij. Dan haal ik mijn telefoon erbij en hoef ik bijna niks te doen.
Wat ik geleerd heb om te vermijden:
- Plafondlampen recht boven mensen (geeft enge schaduwen onder de ogen)
- Flits, in bijna alle gevallen
- Tegenlicht waar je niet om vraagt (alleen als je een silhouet wil)
- Gele binnenverlichting in combinatie met dagslicht (raar mengkleurtje)
- Direct middagzon op gezichten (te hard, te plat)
Niet elke foto hoeft een foto te zijn
Dit klinkt gek voor iemand die graag fotografeert, maar het is misschien wel het belangrijkste dat ik geleerd heb. Niet elk moment hoef ik vast te leggen. Soms is gewoon kijken genoeg. Soms is in het moment zitten waardevoller dan ernaast staan met een telefoon. Mijn kinderen hebben dat ook gemerkt. Ze vragen weleens: “Mama, maak je nu geen foto?” En vaak is mijn antwoord: nee, deze wil ik onthouden zonder camera.
Wat ik probeer is om één keer per week echt een serie te maken. Niet zomaar wat snapshots. Tien tot twintig foto’s van iets dat ik mooi vind, met aandacht. Een keer was dat ons ontbijt op een zaterdag. Een keer waren het de planten in de vensterbank die niet wilden sterven (de overlevers, schreef ik daar trouwens later een heel stuk over). Een keer was het mijn dochter die haar haar deed in de spiegel.
Bewaren is een keuze, geen vanzelfsprekendheid
De foto die ik niet bewaar bestaat eigenlijk niet. Daar ben ik laatst achter gekomen. Twintigduizend foto’s in een cloud waar ik nooit kom is hetzelfde als niets. Sinds dit jaar heb ik een eenvoudig systeem. Eén keer per maand zet ik een uurtje een goede playlist op, ga ik door de foto’s van die maand, en kies ik er ongeveer twintig die ik echt wil bewaren. Die zet ik in een aparte map.
En aan het eind van het jaar laat ik daar een fotoboek van maken. Een klein boek, niks groots. Niet voor Instagram, niet voor visite, gewoon voor ons. Mijn dochter pakt het boek van vorig jaar al regelmatig van de plank. Soms ploft ze er een uur mee op de bank, knipperend naar foto’s van zichzelf van zes maanden geleden. “Was ik dit?” vraagt ze. Ja, dat was jij.

Foto’s zijn cadeau aan later
Het rare van foto’s is dat je ze nu maakt voor een persoon die je later wordt. Voor die versie van jezelf over tien jaar, die op een grijze zondagmiddag ineens denkt: hoe zag onze keuken er ook alweer uit toen ze klein waren? En als je goed gefotografeerd hebt, dan weet je dat nog. Niet het verhaal eromheen, niet de geur, niet de geluiden. Maar wel: hoe het licht viel, hoe ze keken, wie er aanwezig was.
Daarom doe ik moeite voor de foto’s die ik thuis maak. Niet veel. Niet alles. Maar wel met aandacht. Want over tien jaar wil ik kunnen terugkijken en denken: ja, zo was het toen. En zo precies wil ik het me herinneren.
Comments