Een vriendin van mij heeft sinds vorig jaar een woonkamer waar ik elke keer met mijn ogen overheen wil wandelen. Japandi noemde ze het. Houten meubels met zachte lijnen, een ongepolijste keramieken kom op een lage tafel, papieren lampen die net niet symmetrisch hingen. Toen ik er voor het eerst was, dacht ik: zo wil ik dat ook. Toen ik thuiskwam en mijn eigen woonkamer in keek, met drie tassen, een halfafgemaakt Legodorp en een wasmand op de bank, dacht ik: ja, maar dan?
Dat was eind vorig jaar. Sindsdien zit ik in een soort experimentje: kan Japandi werken in een huis waar elke dag drie kinderen, vier paar schoenen en een ongeduldige kat doorheen lopen?
Wat Japandi eigenlijk is
Voor wie het nooit gehoord heeft: Japandi is een mix van Japans minimalisme en Scandinavische warmte. De rustige, opgeruimde sfeer van het ene, met het hout, de zachte stoffen en de gezelligheid van het andere. Het idee is dat je weinig hebt, maar wat je hebt is bewust gekozen en met aandacht gemaakt.
Op Pinterest ziet het er meditatief uit. In het echt vraagt het wat van je, vooral als je gewend bent dat een huis er vol mag uitzien. Wij zijn niet zo’n strak gezin. Wij zijn een “er ligt overal iets”-gezin. Dus dit was eerlijk gezegd best een verandering in denken.

Wat ik concreet heb veranderd
Ik ben niet alles tegelijk gaan ombouwen. Dat hadden we ook niet kunnen betalen, en het had het hele gezin om de oren geslagen. Maar in een paar maanden heb ik een aantal dingen gedaan:
- Een grote kast vervangen door een lagere, met deuren. Open kasten zien er leuk uit, maar bij ons zien ze er na twee weken uit als een rommelmarkt. Achter deuren mag het rommelig blijven.
- De tv lager gehangen. Bij Japandi staat de tv niet centraal in de ruimte. Dat klinkt klein, maar het verandert echt hoe de kamer voelt.
- Een grote, rustige lamp boven de eettafel. Een papieren bol. Niets fancy. Heel kalmerend.
- Minder kussens op de bank. Van zeven naar drie. En die drie zijn allemaal in dezelfde tinten — zacht beige, een verschoten groen, en off-white. Het scheelt visueel een wereld.
- Een lage houten salontafel. Geen glas, geen metaal, geen scherpe hoeken. Veiliger voor kinderen en past beter bij de stijl.
Wat absoluut niet werkt bij ons
Eerlijk: een aantal Japandi-principes werken in een gezinshuis niet. Of in elk geval niet bij ons. Een paar voorbeelden:
De minimalistische “alles op zijn plek”-vibe is mooi op een foto, maar onhaalbaar als er drie kinderen wonen die hun knutselspullen op de tafel laten liggen. Wat ik heb gedaan, is grote opbergmanden onder de tafel zetten waarin we ‘s avonds alles dumpen. Dat is niet zen, dat is praktisch. Maar dan is de tafel wel weer leeg.
Een lichte vloer, hadden we gezegd. Tot ik realiseerde dat we al een houten vloer hebben die niet licht is en die ik niet ga vervangen voor een trend. Dus we werken met wat er is. Een licht vloerkleed scheelt ook al.
En die ongepolijste keramische voorwerpen die overal staan op Japandi-foto’s: schitterend, maar bij ons is alles wat fragiel is binnen drie maanden naar de filistijnen. Dus die laat ik vooralsnog liggen.
Een onverwacht voordeel
Iets wat ik niet had verwacht: door minder spullen in zicht te hebben, voelt het huis groter. We zijn niet verhuisd, we hebben geen meter erbij gemetseld, maar de woonkamer voelt ruimer dan zes maanden geleden. Mijn man zei laatst: “Het is hier rustiger geworden.” Daarmee bedoelde hij niet de kinderen — die zijn nog steeds even druk — maar de visuele rust.
Dat hangt ook samen met iets dat ik in een ander stuk besprak, over kleuren voor een rustig interieur. Een rustig kleurenpalet helpt enorm als de inhoud van een huis niet altijd rustig is.
Wat ik anderen zou aanraden
Als je verleid bent door Japandi maar bang dat het te streng wordt voor kinderen, dan zou ik dit zeggen:
- Begin bij de zichtbare dingen. Lampen, kussens, één meubelstuk. Niet de hele inrichting.
- Houd opbergruimte uit het zicht — maar zorg wel dát die ruimte er is.
- Kies hout boven kunststof waar het kan. Het wordt mooier in plaats van lelijker met de jaren.
- Laat plek voor leven. Een Japandi-huis hoeft geen museum te zijn. Mijn vriendin met die woonkamer? Daar staat ook een doos met Lego in een hoek. Het bestaat allebei tegelijk.

Mijn conclusie tot nu toe
Werkt Japandi in een gezinshuis? Wat mij betreft: een gemodereerde versie, ja. Niet de strakke variant die je op designblogs ziet, maar een toon waarin minder spullen en rustige kleuren centraal staan. Het is geen hele identiteit. Het is een manier om de chaos van een gezin een beetje minder visueel te laten schreeuwen.
Of dat over twee jaar nog steeds hetzelfde voelt, weet ik niet. Onze kinderen worden ouder, hun ruimtebeslag verandert, en mijn smaak waarschijnlijk ook. Maar het idee van “minder maar bewust” — dat blijft denk ik wel hangen, ook als het etiket Japandi tegen die tijd alweer een andere naam heeft gekregen.
Heb jij ooit een interieurstijl proberen toe te passen die op het eerste gezicht niet bij je leven leek te passen? Werkte het of niet? Ik ben benieuwd.
Comments