Een paar weken geleden kreeg ik op een dinsdag rond een uur of vier een aanval van slecht humeur. Niet van iets specifieks, gewoon zo’n middag waarin niets niet niet vervelend was. Mijn partner stelde voor dat ik even ging wandelen. Ik wilde niet, maar deed het wel, en toen ik thuiskwam besloot ik een soort experiment. Ik ging een week lang opschrijven wat me, hoe klein ook, blij maakte. Geen grote dingen, geen successen, geen bijzondere uitjes. Gewoon kleine dingen die me even uit mijn hoofd haalden.
Een week later had ik een lijst. Tien dingen, en ik moet zeggen: het lezen van die lijst aan het einde van de week deed iets met me. Niet dat alles ineens roze was, maar het deed me beseffen dat geluk vaak niet groter is dan een onverwacht moment. Ik deel ze hieronder, niet omdat ze indrukwekkend zijn (ze zijn dat absoluut niet), maar omdat ik hoop dat het je inspireert om eens te kijken wat bij jou zo’n lijst zou zijn.
Het zijn allemaal kleine dingen, en dat is precies het punt
Mijn lijst van die week:
- De eerste slok koffie ‘s ochtends, voordat iemand iets vraagt
- Een buurman die zwaaide vanuit zijn tuin terwijl ik de fiets uit de schuur haalde
- Een liedje op de radio dat ik twintig jaar niet had gehoord
- De geur van geknipt gras toen ik door het park reed
- Mijn jongste die spontaan een tekening voor me maakte op een woensdagmiddag
- Een appje van een vriendin met alleen een foto van haar kat
- De manier waarop het licht door het keukenraam viel om half acht ‘s avonds
- Een onverwachte handgeschreven kaart in de post
- Een nieuwe trui die toevallig precies paste
- Een avond zonder agenda, met mijn partner op de bank, alleen wij twee

De koffie en het licht zijn er elke dag, maar ik zag ze niet altijd
Wat me het meest opviel, was dat de helft van deze dingen elke dag bestond. De koffie was elke ochtend, het licht was elke avond, mijn buurman zwaait vaker dan ik dacht. Maar ze waren me onopgemerkt langs gegaan, omdat mijn hoofd ergens anders was. Het simpele experiment om ze op te schrijven betekende dat ik ze de volgende dag wél zag.
Dit is precies wat ik al langer dacht over mijn ochtendritueel: het gaat er niet om dat de dingen bijzonder zijn, het gaat erom dat ik er bewust bij stilsta. En dat bewust stilstaan is, in een week met deadlines en kinderen en boodschappen, een soort kleine rebellie.
De kat van mijn vriendin zegt meer dan ze denkt
Een aantal dingen op die lijst waren mensen. Dat was eigenlijk de mooiste verrassing voor mezelf. Het appje met de kat was van een vriendin die ik te weinig zie. De handgeschreven kaart was van mijn moeder, die zomaar even een briefje stuurde. Het gesprek met de buurman, hoe kort ook. Mijn dochter met die tekening.
Wat ik me realiseerde: bijna al mijn klein-geluk-momenten draaiden om mensen die ergens aan me dachten, of dat ik aan hen dacht. Geluk gebeurde zelden in mijn eentje. Het gebeurde in een verbinding, hoe kort en hoe klein die ook was. Dat is een inzicht dat ik niet ben kwijtgeraakt sinds die week.
Wat er niet op staat (en wat dat zegt)
Wat opvallend was: er stond niets op de lijst dat ik had gekocht. Geen tassen, geen nieuwe meubels, geen restaurantbezoeken. Wat er wel opstond was een nieuwe trui, maar die was niet nieuw omdat ik hem had gekocht, maar omdat hij toevallig zat. Het lijkt een platte conclusie, maar voor mij was het een nuttige spiegel. Het ding dat de meeste vreugde gaf was niet wat ik had, maar wat ik opmerkte.
En er stond niets op de lijst dat een uur duurde. Alle momenten waren kort. Een slok koffie, een blik, een liedje, een appje. Misschien is dat wel het punt van klein geluk: het hoeft niet lang. Sterker nog, hoe korter, hoe meer je er per dag in past.

Ik raad het je aan, maar zonder ceremonie
Probeer het eens, een week lang. Niet als opdracht, niet als verplichting, niet als zoveelste “mindfulness-praktijk” die je moet volhouden. Gewoon: een notitieblok of een Notes-app op je telefoon, en aan het einde van de dag (of in de loop van de dag, dat werkt voor mij beter) opschrijven wat je blij maakte. Hoe klein ook. Vooral het kleine, eigenlijk.
Het verraderlijke is dat het in het begin lijkt alsof je niets vindt. Op dag één dacht ik echt: er was niets. Op dag twee was het beter. Op dag drie zag ik dingen die er op dag één ook waren. Het is een soort spieren-trainen, niet voor je lichaam maar voor wat je opmerkt.
Wat zou er op jouw lijst staan, als je nu even nadenkt over deze week? Ik durf te wedden dat er meer is dan je in eerste instantie denkt. En ik ben oprecht benieuwd, dus als je zin hebt: vertel het me.
Comments