We hebben vorig jaar zomer drie uur en zevenenveertig minuten over een rit gedaan die Google Maps op een uur en achtenveertig minuten had geschat. Drie uur en zevenenveertig minuten. Voor een rit naar de Belgische kust. Toen we eindelijk aankwamen en de kinderen kreten van blijdschap door het zand renden, keek ik naar mijn vriend en zei: “We moeten een keer eerlijk gaan kijken naar wat ons zo langzaam maakt.” Want het is niet de file. Het is nooit de file. Het zijn altijd wij.

De stop bij Breda waar niemand om vroeg

Het begint altijd bij Breda. Niet dat Breda iets gedaan heeft, maar het is precies de plek waar onze oudste roept dat ze moet plassen, ongeacht hoe lang we eerder hebben gestopt. Ze plast bij Breda met de regelmaat van een Zwitsers horloge. Toen ik haar laatst voorstelde dat ze al voor we van huis gingen even zou gaan, keek ze me aan alsof ik een nieuw concept had uitgevonden.

Het plassen zelf duurt ongeveer drie minuten. Wat daar omheen gebeurt is wat ons fataal wordt. Een ijsje in het schap dat lonkt, een vakje speelgoed bij de kassa, een vraag of zij toch ook nog mag plassen nu we hier toch zijn, een sok die de wc in is gevallen. Drie minuten worden veertig. Mijn vriend zegt elke keer: “We gaan over tien minuten weer rijden.” We rijden nooit binnen tien minuten weer.

man driving straight on pathway during day time
Foto: Alex Jumper via Unsplash

Het lunchprobleem dat zichzelf creëert

Onze tweede grote vertraging is wat ik het lunchprobleem ben gaan noemen. We pakken broodjes mee van huis, prima georganiseerd, zit in een tas op de bijrijderstoel. Maar ergens halverwege ontstaat het idee dat het toch leuker is om “ergens” te lunchen. Geen specifiek ergens, gewoon ergens. Dat ergens vinden duurt minstens drie kwartier, want het wisselt voortdurend.

We stoppen niet bij de eerste mooie plek omdat er misschien iets mooiers komt. We rijden door tot de volgende afslag, maar daar is alleen een industrieterrein. We gaan terug naar de vorige, maar daar zijn we al voorbij. Uiteindelijk eten we onze broodjes in de auto op een parkeerplaats bij een tankstation, exact waar we ze ook hadden kunnen eten een uur geleden, maar dan met veertig minuten extra verlies.

Het pakprobleem dat begint voor we wegrijden

Iemand zei eens dat de helft van elke vertraging al begint voor je auto in beweging is, en dat klopt bij ons als een bus. We hebben de neiging om “even snel nog dit” te doen. Even snel nog de kat eten geven, even snel nog de plantjes water, even snel nog die ene email beantwoorden, even snel nog een laatste plas voor de kleinste die nu net niet wil.

Al die snel-momenten samen vormen een vertrek dat ongeveer een uur later valt dan we hadden gepland. En het hele plan was juist om vroeg weg te zijn om de file te missen. Door later weg te gaan zitten we precies in de file die we wilden vermijden, waardoor onze opvallend goed-bedoelde voorbereiding paradoxaal genoeg de oorzaak van onze vertraging is.

De top vijf van onze structurele vertragingen

Inmiddels hebben we onze vertragingsoorzaken zo goed in kaart dat ik ze bijna kan tijdklokken voor je. Hier zijn de vijf die ons altijd het meest tijd kosten.

  • Het eerste vertrek dat geen vertrek is. We rijden de straat uit, en dan moet iemand iets vergeten zijn. Altijd. Gemiddelde vertraging: zeventien minuten.
  • De Breda-plas-stop. Inclusief alles wat daarbij komt. Gemiddeld veertig minuten.
  • De zoektocht naar de lunchplek die we al lang voorbij waren. Gemiddeld vijftig minuten.
  • De extra benzinepompbezoek omdat de tank op een rare plek leeg is geraakt. Gemiddeld vijfentwintig minuten.
  • De aankomst-rondrit omdat we de vakantieaccomodatie niet op de eerste poging vinden, ook al hebben we er een navigatie voor. Gemiddeld twintig minuten.

Wat ik intussen heb leren accepteren

Een paar zomers geleden had ik nog het idee dat ik dit hele systeem kon optimaliseren. Vroeger vertrekken, beter inpakken, strenger plannen. Het werkte niet, want ergens in dat plan zat altijd een kind dat hetzelfde plan niet kende, of een eigen lichaam dat zich niet liet plannen.

Wat me uiteindelijk rust gaf was het idee om de officiële reistijd plus twee uur in te plannen. Niet als pessimisme maar als realisme. Als we eerder aankomen, dat is feest. Als we langer doen, dan zitten we precies in het schema. Mijn vriend noemt dat “marliekemarge” en het is helaas geen compliment maar een meetbare grootheid in ons huishouden.

four assorted color vehicles outdoors
Foto: Balkan Campers via Unsplash

Het mooiste aan al die vertragingen

Eerlijk gezegd zit er ook iets in dat ik niet zou willen missen. Die rare plek in een industrieterrein waar we onze broodjes hebben opgegeten tijdens een onverwachte regenbui. De benzinepomp bij Breda die de oudste een soort onbedoeld pelgrimsoord is geworden. Het moment dat we de kinderen drie uur later dan gepland uit de auto trekken en ze nog steeds de hele wereld voor zich hebben.

De reis is voor ons inmiddels echt onderdeel van de vakantie geworden, niet de prijs die we ervoor betalen. Onze kinderen praten net zo veel over de stops als over de bestemming. Ik schreef eerder over de checklist die ik altijd af-tik voordat we op autoreis gaan, en zelfs met die checklist halen we onze geplande aankomsttijd nooit. Dat is geen falen, denk ik nu. Dat is gewoon wie we zijn.

Als jullie ook van dat soort gezinnen zijn die altijd later aankomen dan gepland, dan zou ik zeggen: omarm het. De rit is geen wachtruimte. De rit is het begin van de vakantie zelf.

Show Full Content

About Author View Posts

marlieke

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

Previous Taarttoppers maken elk feest persoonlijker
This is the most recent story.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Close
Close