Op een zaterdagmiddag in maart stond ik met een hamer in de hand voor de muur achter onze bank, gewapend met drie ingelijste foto’s, een tekening van mijn dochter, een macramé-ding dat ik van mijn schoonmoeder had gekregen en een spiegeltje dat ooit bij mijn oma had gehangen. Mijn vriend keek naar de stapel op de bank en zei voorzichtig: “weet je zeker dat dit allemaal moet?” Hij had gelijk. Ik heb het niet allemaal opgehangen. Sterker nog: ik heb maar twee dingen aan de muur gedaan, en het werd mooier dan ik had durven hopen. Sindsdien ben ik mijn hele wanddecoratie-aanpak gaan herzien. Dit is wat ik leerde — niet als interieurstyliste (dat ben ik niet), maar als iemand die in elk geval wat een rustige woonkamer is.

Eerst de muur, dan de spullen

Mijn grootste fout vroeger: spullen verzamelen en dan zoeken waar ze pasten. Nu kijk ik eerst naar de muur zelf. Hoe groot is hij? Hoeveel licht valt erop? Wat staat ervoor? De wand achter onze bank is bijvoorbeeld 3,40 meter breed en krijgt aan het einde van de middag een mooie schuine streep zon. Dat betekent: ik wil daar geen tien kleine dingetjes, maar één of twee grotere objecten die het licht mooi opvangen. We hebben uiteindelijk gekozen voor een groot zwart-wit landschap (een eigen foto van de Veluwe, gedrukt op aluminium-dibond, 90 bij 60 cm) en een ronde rotan spiegel ernaast. Dat is alles. En het ademt. Ons gezin is druk genoeg — onze muren hoeven dat niet ook te zijn.

brown wooden framed white padded armchair
Foto: Spacejoy via Unsplash

De drie-objecten-regel die ik mezelf gaf

Op één wand niet meer dan drie objecten. Dat klinkt streng, en het is ook streng. Maar het werkt. Wat ik als “één object” tel: een schilderij, een lijst, een spiegel, een plant in een mooie pot op een plankje, een wandkleed. Wat ik níét meeneem in die drie: een schakelaar, een radiator, een raam — die zijn er al en die scoren punten. Drie objecten betekent dat elk ding ademruimte krijgt. Onze TV-wand heeft bijvoorbeeld de TV (dat is één), een lange plank met daarop een vaas en een boek (dat is twee samen) en een grote olijfboom in de hoek (drie). Klaar. Niet sexy, wel rustig.

Wat ik écht doe als ik twijfel of iets mooi is

Ik hang het op met washi tape eerst. Geen grap. Voordat ik de boormachine pak, plak ik papieren of stoffen versies van wat ik wil ophangen op de muur, en ik laat dat een week hangen. Niet één avond — een hele week. Want ik wil het ook zien op een dinsdagochtend om half negen, niet alleen op een sfeervolle zondagavond. Vaak voel ik na drie dagen al: nee, dit klopt niet. Dat heeft me ontelbare verkeerde gaatjes bespaard. En ja, mijn vriend vindt het irritant dat ons huis er een week uitziet alsof het wordt gerestaureerd. Maar daarna staat alles waar het hoort, voor jaren.

Wat ik om me heen verzamel als basis

Ik werk met een palet van rustige basiskleuren in de hele woonkamer: gebroken wit, warm zand, donkergroen en zwart als accent. Alles wat ik aan de muur hang, valt binnen dat palet. Dat klinkt restrictief, maar het is juist bevrijdend. Als ik bij een rommelmarkt in Bergen iets vind in mosgroen, weet ik meteen dat het zou passen. Als ik bij een conceptstore in Utrecht een prachtig zacht roze kunstwerk zie, weet ik óók meteen dat het niet zou passen — hoe leuk het ook is. Het palet helpt me kiezen. En de keer dat ik wilde experimenteren met een fel kobaltblauw bordje aan de muur (zomer 2024), heb ik het binnen twee weken weer weggehaald, want het schreeuwde over alles heen.

Wat goed werkt op specifieke plekken

Een paar dingen die ik in mijn eigen huis heb ontdekt:

  • Boven de bank: één groot ding óf een set van drie in dezelfde lijst. Geen vier of vijf — dat wordt salonchaos.
  • Tegen een korte muur (bij ons naast de openhaard): één verticaal element, zoals een lange spiegel of een smalle plank met boeken.
  • Achter de eettafel: een eigen foto, niet té klein. Onze foto van het strand bij Schoorl is 100×70 en past precies.
  • In de hoek waar het altijd donker is: niet nog een schilderij, maar een lamp of een plant. Licht doet meer dan decor.

Mocht je trouwens net als ik fotografie willen gebruiken aan je muur, dan helpt het enorm om je eigen foto’s beter te leren maken — daar schreef ik laatst over in fotograferen met mijn telefoon.

white and black wooden table with chairs
Foto: Collov Home Design via Unsplash

De vraag die ik mezelf nu altijd stel

Voordat ik iets aan de muur hang: “Maakt deze muur me rustig of onrustig over een jaar?” Niet over een dag, niet over een feestje. Een jaar. Dat duwt me weg van impulsdingen en richting keuzes die blijven. Mijn woonkamer is geen tentoonstelling — het is de plek waar ik op een dinsdagavond op de bank val met een glas wijn en geen hoofdpijn wil van mijn eigen muren. Heb jij een wanddecoratie-strategie die voor jou werkt? Ik ben heel benieuwd — vooral als je ook geneigd bent om te veel te willen ophangen, want dan zijn we hetzelfde soort mens.

Show Full Content

About Author View Posts

marlieke

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

Previous Wat er in jouw huis woont zonder dat je het weet
Next Ontdek biologische cacao

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Close
Close