We stonden op een parkeerplaats net over de Duits-Poolse grens en mijn jongste vroeg of we al in een ander land waren. Het stoplicht was geel, de pompbediende sprak Engels met een glimlach en de auto stond half scheef in een vak dat eigenlijk vier centimeter te smal was voor onze stationwagon. Ik herinner me dat ik dacht: dit gaat een vakantie worden waar ik nog jaren over zal praten. En dat klopte.
Vorig jaar zomer reden we met z’n vieren naar Polen. Niet naar de kust, maar dwars het land door, met als hoofdbestemming Krakau en een paar dagen in de bergen rond Zakopane. We hadden er lang over getwijfeld, want de meeste vrienden gingen naar Frankrijk of Italië. Achteraf gezien is dit een van mijn favoriete autoreizen geweest, en ik wil ‘m eerlijk recenseren, dus ook met de minder leuke dingen erbij.
De rit erheen is langer dan je denkt
Ik had het uitgerekend en kwam op vijftien uur uit. In werkelijkheid waren we, mét stops en mét één onverwachte file rond Berlijn, dichterbij de achttien uur. We hebben het in twee dagen gedaan met een overnachting net voorbij Wroclaw, en dat was de slimste keuze van de hele reis. Ik had vooraf een lijstje gemaakt om niets te vergeten, en omdat ik ben wie ik ben, deelde ik dat ook met de buurvrouw. Wil je zoiets ook? Lees dan eens mijn checklist voor een autoreis, want dat scheelt een hoop hoofdpijn op dag één.
De Duitse Autobahn is heerlijk tot je in een omleiding belandt en plotseling om zes uur ‘s avonds vaststaat. Vanaf dat moment was mijn man de chauffeur en ik de officiële snack-uitdeler. Werkverdeling van wereldklasse.

Wat me verraste in positief opzicht
Polen is goedkoper dan ik dacht. Niet spotgoedkoop, maar onze diners met z’n vieren kwamen bijna nooit boven de 50 euro uit, en dat in restaurants waar we werkelijk goed aten. Pierogi met paddenstoelen, soep van bietjes, ergens een dessert met gestoofde kersen waar ik nog steeds aan denk. Mijn dochter heeft inmiddels thuis ook geprobeerd pierogi te maken en die zaten vol gaten.
Krakau zelf is mooier dan op de foto’s. Het oude marktplein is een van die plekken waar ik mijn camera nauwelijks heb weggelegd. Het licht in juli is daar laag en goud rond zeven uur ‘s avonds. Ik heb daar serie foto’s geschoten van de kinderen op de bankjes, eentje met een ijsje dat smolt over haar pols, die hangt nu boven onze trap.
En wat me verraste in negatieve zin
Eerlijk verhaal: niet alles ging perfect. Een paar dingen waar wij voor moesten leren omgaan:
- Tolwegen in Polen werken net iets anders dan in Frankrijk. Je hebt een app nodig of je moet op tijd stoppen om iets te kopen, en wij liepen daar de eerste keer behoorlijk de mist mee in.
- Niet elk hotel accepteert grote honden, en wij hadden er twee meegenomen voor de buurmensen die hun eigen pup mee wilden, dus die info had ik vooraf beter moeten checken.
- De wegen in de bergen rond Zakopane zijn smal en kronkelig, en mijn maagje deed daar even gek. Tegenover dat ongemak staat een uitzicht waar je adem stokt.
Wat ik mensen zou aanraden als ze nu zouden gaan
Plan minstens twaalf dagen. Tien is te kort omdat de heenreis en terugreis al twee dagen elk vraagt. Wij hadden veertien dagen en het voelde als precies genoeg. Reserveer onderweg al je eerste hotel, want vermoeid arriveren en dan nog moeten zoeken is niet leuk. En neem cash mee, ook al kun je bijna overal pinnen, want we kwamen één keer op een markt waar pinnen niet ging en de poffertjes-achtige dingen daar wel verleidelijk waren.

Zou ik het weer doen?
Direct. Misschien zelfs deze zomer al, al heb ik mijn man nog niet helemaal meegekregen. Wat me het meeste is bijgebleven is dat onbekend zijn op een plek een soort vakantie binnen de vakantie wordt. Mijn dochter heeft een Pools woord geleerd voor ‘dankjewel’ en dat schoot ze de eerste twee weken thuis nog regelmatig per ongeluk uit. Dat zijn de dingen die ik onthoud, naast die smeltende ijsjes en het lichte gevoel van iets nieuws ontdekken. Voor wie aan de Polen-twijfel zit: ga. Met de auto. Met genoeg snacks en een open agenda.
Comments