Het is een zondagmiddag in april, mijn dochter ligt languit op de bank met haar hoofd in de zon en haar haar valt in slierten over het kussen. Ik weet meteen: deze foto wil ik. Mijn echte camera ligt boven, mijn telefoon zit in mijn achterzak. Ik trek hem eruit, hurk neer, draai het scherm tot het licht klopt en klik. Drie keer. De middelste is precies hoe ik haar zie. Vroeger zou ik me daarvoor verontschuldigd hebben — “ach, het is maar met mijn telefoon” — maar dat doe ik niet meer. Ik fotografeer al jaren met mijn Fujifilm, maar mijn telefoon is gewoon de tweede camera die altijd bij me is. En leren omgaan met die telefoon-camera is een hele wereld op zich. Ik deel hier waar ik nu sta in dat leerproces.

De instelling die ik wou dat ik eerder had aangezet

Op mijn iPhone (sinds 2024 een 15 Pro, daarvoor een 13) staat nu standaard de “ProRAW”-modus aan. Dat betekent dat ik 48-megapixel-bestanden krijg die ik later veel beter kan bewerken. De grootste verandering die het maakte: in moeilijk licht (binnen, ‘s avonds, gemengd kunst- en daglicht) heb ik nu data om mee te werken. Ik fotografeerde altijd in standaard-jpg en zat me dan te ergeren dat schaduwen helemaal zwart werden. Nu kan ik thuis in Lightroom Mobile de schaduw oplichten zonder dat het er nep uitziet. Het kost meer opslag, en dat is een eerlijke afweging — ik wis dingen vaker, of laad ze in mijn cloud — maar voor foto’s die ik wil bewaren is het de moeite waard.

woman using iPhone outdoor
Foto: Hitesh Choudhary via Unsplash

Wat ik écht doe als het licht moeilijk is

Slecht licht is de grootste vijand van telefoonfoto’s. Een paar dingen die voor mij verschil maken:

  • Ik draai mensen naar het raam, niet er met hun rug naartoe. Klinkt logisch. Doe ik nog steeds niet altijd.
  • Onder een lamp gaat altijd mis — gele tint, schaduwen onder ogen. Ik zet die lamp dan even uit en gebruik alleen daglicht of een wat zachtere lamp aan de zijkant.
  • In de auto: ik kies een plek met de zon voor het raam (niet erachter), zodat gezichten worden verlicht, niet uitgebrand.
  • Bij sterk tegenlicht tik ik op het gezicht om de belichting daarop in te stellen, en sleep ik met mijn vinger naar beneden om de belichting nog wat te verlagen. Klein gebaar, groot verschil.

Composities die altijd werken

Ik gebruik nog steeds het raster (op zetten via instellingen, camera, raster) en probeer onderwerpen op een snijpunt te plaatsen. Niet altijd centraal. Mijn dochter op de bank had ik niet in het midden — ze ligt links, en rechts is ruimte met haar deken. Die ruimte vertelt het verhaal. Wat ook helpt: lijnen volgen. De hoek van een eettafel, de leuning van een trap, het pad in het park. Lijnen leiden het oog. Sinds ik daar bewust op let, voelen mijn foto’s veel meer als verhaal en minder als kiekje.

De bewerk-routine die ik volhou

Ik bewerk niet meteen. Ik wacht minstens tot de avond, vaak een dag of twee. Anders ben ik nog te verliefd op het moment en zie ik niet wat technisch beter kan. Ik werk in Lightroom Mobile, met drie eigen presets die ik in 2024 langzaam heb opgebouwd. Wat ik altijd doe:

  • Belichting nakijken — meestal +0,15 tot +0,30.
  • Schaduwen iets oplichten, hooglichten een tikje lager.
  • Witbalans handmatig zetten op iets warms (4800-5300 K) als ik binnen heb gefotografeerd.
  • Croppen — meestal naar 4:5 voor verticaal of 3:2 als ik het later wil printen.
  • Klaar. Geen filters, geen huid gladstrijken, geen “skin warmth +30”. Dat ziet er na drie weken altijd raar uit.

Hoe ik het bijhoudt zonder dat het taak wordt

Dit was de echte uitdaging. Want het is leuk om beter te willen worden, maar ik heb twee kinderen, een huis, werk, en geen zin om op zondagochtend een online-cursus van anderhalf uur door te scrollen. Dus ik maakte er kleine momenten van. Ik probeer één foto per dag te maken die ik écht zou willen bewaren. Eén. Niet vijftig. En ‘s avonds, terwijl ik op de bank zit, kijk ik wat YouTube-uitleg van Sean Tucker of Pat Kay van vijf minuten — over één onderwerp, niet alles tegelijk. Soms heb ik een week niets geleerd, soms iets dat me opeens vrolijk maakt, zoals dat een wat onderbelichte foto vaak meer “stemming” heeft dan een goed belichte. Ik schreef eerder over foto’s in huis die ik écht wil bewaren en dat hangt hier nauw mee samen — beter leren fotograferen helpt om meer momenten vast te leggen die je later wilt printen.

Woman looking at photos on her phone at a table.
Foto: Vitaly Gariev via Unsplash

Tot slot

Wat ik vooral wil zeggen: je hoeft geen dure camera te kopen om mooie foto’s te maken. Je telefoon is meer dan goed genoeg, als je leert kijken. Het verschil zit niet in het apparaat, maar in de tien seconden voor je drukt — waar sta je, waar valt het licht, wat wil je vertellen? Ik ben nog lang niet uitgeleerd. Maar mijn foto’s van afgelopen jaar zijn beter dan die van twee jaar geleden, en dat alleen al maakt het de moeite waard. Heb jij ook zin om beter te leren fotograferen, of heb je tips die voor jou werken? Ik hoor het graag — vooral van mensen die net als ik kookolie aan hun handen hebben terwijl ze de telefoon vasthouden.

Show Full Content

About Author View Posts

marlieke

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

Previous Kinderen die niet doorslapen: wat hielp bij ons
This is the most recent story.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Close
Close