Half drie ‘s nachts, winter 2024, ik sta op blote voeten op de overloop met een huilende driejarige in mijn armen en hoor mezelf zachtjes vloeken. Mijn vriend zegt vanuit de slaapkamer iets onsamenhangends over of het mijn beurt is of die van hem en ik weet het niet meer. Het was de zoveelste nacht in een rij, en ik herinner me dat ik die ochtend bij het koffieapparaat dacht: zo gaan we het niet vol kunnen houden. Spoiler: we hebben het opgelost, niet door één wondertruc, maar door een rij kleine dingen die we maand na maand probeerden. Ik schrijf dit nu vooral omdat ik weet dat er moeders zijn die deze nacht óók wakker zijn met een hand in hun haar — voor jullie dit verhaal.
Wat ik wou dat iemand me had verteld
Doorslapen is geen vaardigheid die kinderen op een vast moment leren. Het is geen tand die op zijn vierde gewoon doorbreekt. Mijn oudste sliep door vanaf zijn tweede, mijn jongste pas vanaf zijn vierde. Zelfde ouders, zelfde aanpak, totaal andere kinderen. Toen ik dat eenmaal accepteerde, viel een hoop schuldgevoel weg. Het lag niet aan mij dat hij wakker werd, en het lag niet aan hém dat hij wakker werd. Het was gewoon zijn ritme. Soms hielp het me om eraan te denken dat een volwassene óók een paar keer per nacht half wakker wordt en alleen weer in slaap valt omdat hij dat heeft geleerd. Mijn jongste was dat nog aan het leren.

Wat écht hielp bij ons
Niet alles tegelijk — we probeerden steeds één ding voor minstens twee weken. Hier zijn de dingen die in ons huis verschil maakten:
- Een vaste schemerlamp met sensor. Hij hoeft nooit in het donker te zijn, maar het is ook geen volle verlichting. Het stond op het laagste standje, oranje gloed, vanaf zonsondergang tot ‘s morgens vroeg. Hema, 22 euro.
- Een wit-ruis-machine. Niet de telefoon — een echte, simpele Yogasleep Dohm. We zetten hem aan bij het naar bed gaan en uit als hij ‘s morgens wakker werd. Geluid van auto’s op straat of een hoestende oudere broer was opeens minder een ramp.
- De temperatuur in de kamer verlagen naar 17 graden. Klinkt koud, en mijn moeder vond het ook koud, maar hij sliep er beter door. We zorgden voor een warme pyjama met voetjes.
- Avondmaal vroeger. We gingen van half zeven naar zes uur. Daarmee was de buik niet te vol bij het slapen, en ook niet meer leeg om vier uur ‘s nachts.
- Hetzelfde verhaaltje, drie nachten achter elkaar. Geen carrousel van boeken. Routine helpt slapen meer dan variatie.
Wat ik aanvankelijk verkeerd deed
Ik snelde te snel. Hij maakte een geluidje, ik was er binnen 30 seconden, en daarmee ontnam ik hem de kans om weer in slaap te vallen. Ik begon op een gegeven moment een minuut te wachten. Geen ‘ferber’ of strenge methode, geen schreeuwende kinderen alleen laten — maar wel even adem inhouden voor ik de deur opendeed. Vaak draaide hij zich gewoon om en sliep verder. Eyeopener voor mij: hij hád me niet altijd nodig. Hij maakte alleen geluid. Een buurvrouw zei me eens: “wakker worden en hulp nodig hebben zijn niet hetzelfde”. Dat had ik moeten weten, maar het kwartje viel pas in dat gesprek aan haar keukentafel.
De rol van de dag
Wat ik onderschatte: zijn dag bepaalde de nacht meer dan zijn avond. Toen ik mijn jongste meer buitenlucht gaf — minimaal een uur in de tuin, zelfs in regen, zelfs in november — sliep hij beduidend dieper. Te weinig beweging overdag betekende onrust ‘s nachts. En te véél schermtijd in de namiddag was funest. Cocomelon na vijf uur ‘s avonds is bij ons een verboden onderwerp geworden. Ik schreef eerder over vermoeidheid bij moeders en daar zit veel in over de dag-nacht-cyclus die voor ouders óók geldt. Eigenlijk gelden dezelfde principes — wij hebben ook beweging en daglicht nodig om goed te slapen.
Wanneer je verder kijkt
Soms is doorslapen geen kwestie van routine. Als een kind héél structureel slecht slaapt, zou ik er niet eindeloos thuis op kauwen. Bij ons heeft de huisarts onze jongste laten onderzoeken op bloedarmoede (kwam goed uit) en hebben we een keer gepraat met een slaapcoach via de wijkverpleging. Niet alles dat ze zei werkte, maar ze stelde één vraag die het kantelpunt was: “Hoeveel uur per etmaal slaapt hij in totaal?” Antwoord: 13. Dat was bijna een uur te veel voor zijn leeftijd. We hebben zijn middagslaapje ingekort en daarna ging het beter. Soms is de oplossing tegenintuïtief.

Tot slot
Doorslapen is geen wedstrijd. Een kind dat ‘s nachts wakker wordt is geen tekort, en jij bent geen mislukte moeder. Het kost gewoon tijd, geduld, en soms een paar pogingen om het juiste ritme te vinden voor júllie kind. Ik weet dat ik makkelijk schrijf nu mijn kinderen allebei doorslapen, en dat ik dat met enige verbazing zelf opmerk. Maar drie jaar geleden zat ik nog op die overloop, en ik schreef dit voor de moeder die nu zo zit. Hou vol. Het komt goed. En als je toch nog tips wilt: laat het me weten, ik hoor graag wat bij jullie werkt.
Comments