Onze huiskamer is 23 vierkante meter. Daarin staat een eettafel voor zes, een bank waar we met z’n vieren op passen als we knus zijn, een kast met spullen en boeken, en een hoek met een fotografie-statief dat ik nooit ergens anders kwijt kon. We zijn met z’n vieren, twee kinderen, twee volwassenen, en sinds twee zomers ook een schildpad in een aquarium dat ineens een vaste plek opeiste op de vensterbank. Mijn moeder zegt elke keer als ze komt: schat, hoe doe je dat in zo’n klein huis met al die mensen? En dan denk ik: tja, het werkt gewoon. Maar dat ‘gewoon’ heeft ons jaren gekost.
Want het is geen toeval dat het bij ons werkt. We hebben er hard voor moeten leren, eerlijk gezegd vooral ik, want ik ben de verzamelaar van het stel. Mijn man kan met drie shirts en een paar schoenen leven. Ik niet. En toch lukt het ons.
De regel die ons heeft gered: alles heeft één plek
Dat klinkt als een ordenings-tip, maar het is voor ons iets dieper geworden. Bij ons mag niets zwerven. Het schaartje hoort in de keukenla bij het lampje. Mijn camera staat onder de bank in een kast. De rugzakken van de kinderen hangen aan twee haakjes in de gang, en alleen aan die haakjes. Want in een klein huis hebben dingen die rondzwerven nergens om naartoe te gaan, en dan ontstaat de chaos in een week.
Het is even een omschakeling geweest, met name voor de kinderen. Maar inmiddels weet zelfs mijn jongste van vier dat haar tekeningen in haar laatje gaan en niet op de eettafel mogen blijven liggen. Ze doet het uit zichzelf. En dat geeft mij elke avond een soort kleine adem.

Hoe wij persoonlijke ruimte creëren zonder kamers
Iedereen wil soms alleen zijn, zelfs in een vol huis. Bij ons hebben we daarvoor twee dingen bedacht. Eén: elke familielid heeft één plek in huis die als zijn of haar eigen wordt gerespecteerd. Voor mijn oudste is dat de bovenste tree van de trap met zijn boek. Voor mijn jongste is het haar speelhoek met een rieten mandje. Voor mijn man de stoel bij het raam met de krant. Voor mij de keukentafel als de kinderen op bed liggen.
Twee: we communiceren wanneer we even niet aanspreekbaar willen zijn. Mijn oudste zegt soms: ik ga nu niet praten, ik lees. En dan respecteren we dat, ook al is hij zeven. Als hij dat van mij leert, leert hij dat zichzelf ook gunnen later. Zo bouwen we eigenlijk wat ik beschreef in hoe ik elke week een avond voor mezelf reserveer: ruimte maken voor jezelf zonder iemand te verlaten.
De spullen die we niet hebben
Hier komt de pijn. Wij hebben geen logeerkamer. Geen apart kantoor. Geen tweede badkamer. Geen kelder. Geen ruimte voor een fitness-hoek of een atelier, en geloof me, dat laatste mis ik soms. Mijn man werkt aan de eettafel als hij thuis is, ik fotografeer in de tuin of in de woonkamer met daglicht. Als iemand komt logeren, slaapt die op een matras in de woonkamer. En weet je wat? Het lukt allemaal.
Wat we wel doen is bewust kiezen wat we niet aanschaffen. Een paar voorbeelden:
- Geen tweede grote tv. Eentje is genoeg, en als kinderen iets willen kijken doen we het samen.
- Geen aparte spelletjeskast voor de kinderen. Hun spelletjes zitten in twee gestapelde manden in de woonkamer.
- Geen seizoensdecoratie die ik moet wegzetten. Wat ik koop, moet het hele jaar mee.
- Geen extra eetstoelen voor incidenteel bezoek. Zes is wat we hebben, en bij meer bezoek schuiven we de hoek-stoel uit de woonkamer aan.
Elke aanschaf wordt een gesprek. Niet zwaar, maar bewust. Want elk ding dat erbij komt, vraagt om een plek, en die heb ik in dit huis niet zomaar.
Wat ik niet zou willen missen
Hier wordt het hartzeer. Ik zou niet in een groot huis willen wonen. Niet meer. Het kost minder schoonmaakwerk, we zien elkaar de hele dag, ik kan vanaf de bank zien wat mijn jongste in haar speelhoek doet, en mijn man en ik koken samen omdat de keuken te klein is om het apart te doen. Dat zijn de zachte voordelen die je niet ziet als je naar plattegronden kijkt.
Mijn moeder, die in een veel groter huis woont, zei laatst dat ze haar man op zondagmiddag soms een uur moet zoeken. Bij ons is dat onmogelijk. En ik geloof oprecht dat onze kleine huis ons dichter bij elkaar heeft gebracht dan we waren geweest in iets ruimer.

Voor wie nu twijfelt
Als je nu in een klein huis zit en je vraagt je af hoe het ooit gaat werken met meer kinderen, of met een groeiend gezin in een vaste vierkante meter, hier mijn enige tip: vertrouw op het proces. Ja, je raakt soms gefrustreerd. Ja, je zou soms vier meter extra willen. Maar het is haalbaar, en het levert iets op wat je in een groter huis kwijt zou raken. Bij ons hangen de jassen op elkaar, staat de wasmand bijna altijd vol, en zit er bijna geen avond dat ik niet over iets struikel. Maar dit is ons. En het past, op de meest letterlijke en figuurlijke manier.
Comments