Onze schilder stond op een ladder, kwast in de hand, en vroeg of ik echt zéker wist over die kleur. Het was een soort heel zacht warmgrijs met een vleugje beige, en op de stalen-strookjes had het er prachtig uitgezien. In het echt, op een hele muur, was ik even bang dat ik een ramp had aangericht. Maar 24 uur en één goede nachtrust later wist ik: dit is precies wat ik wilde. Sinds die dag heb ik geleerd dat kleur voor een rustig interieur niet zo veilig hoeft te zijn als iedereen denkt, maar dat het wel doordacht moet zijn. Ik deel mijn vijf favoriete kleuren, in de hoop dat je voor jezelf iets eruit pikt.

Voor de duidelijkheid: ik schilder niet vaak. Ik denk een week of zes na voordat ik iets durf. En ik vraag aan mensen waarvan ik weet dat ze nuchter zijn wat zij ervan vinden. Want kleurkeuze is iets waar je elke dag mee leeft.

Zacht warmgrijs met beige-ondertoon

Mijn favoriete basiskleur. Niet kil zoals stadsgrijs, maar warm zoals een steen die de zon heeft gevangen. Het reflecteert daglicht prachtig, het maakt een ruimte luchtig, en het werkt met bijna elk meubelstuk dat we al hadden. Bij ons hangt deze kleur in de woonkamer en in de overloop boven. In het donker krijgt ‘m bijna een wijntinten-zweem, in de zomer wordt ‘m bijna wit. Dat is precies wat ik zocht: een kleur die meeademt met de dag.

Mijn buurvrouw schrok toen ik ‘m kocht omdat zij dacht dat het gewoon wit was. Maar nadat ze tegenover een witte muur en deze stond, gaf ze toe dat het verschil enorm is. Wit voelt schoon, deze kleur voelt warm. Dat is mijn definitie van ‘huis’.

Modern dining and living area with large windows.
Foto: Clay Banks via Unsplash

Een diep zandgeel voor een werkruimte

Toen we het zolderkamertje, dat dienst doet als mijn fotografie-hoek, opnieuw verfden, koos ik voor een diep zandgeel. Het klinkt eng, maar het is geen sterke gele kleur. Het is meer als een woestijn-zand met een vleugje oker. En weet je wat? Het maakt me elke keer als ik daar binnenkom blij.

Geel heeft een reputatie als opvallend en luid, maar de juiste tint geel is juist heel rustgevend. Hij doet me denken aan oude foto’s, aan een herfstmiddag, aan koffie in de zon. Mijn man werkt er niet, want hij vindt ‘m nog steeds een fractie te druk, maar voor mij is dat plekje een soort omhelzing.

Een muis-tot-warm-bruin op een accentmuur

Een hele muur kan, één accentmuur kan ook. In onze slaapkamer hebben we één muur in een soort muis-bruin, een kleur die ergens tussen taupe en cacao zit. De rest van de kamer is gewoon zacht crème. Het effect: ‘s avonds voelt het alsof we in een geborgen plek liggen, in plaats van in een witte doos.

Dit was ook de moeilijkste keuze, want bruin kreeg jarenlang een slechte reputatie. Maar de juiste bruintinten zijn de meest rustgevende kleuren die er bestaan. Ze halen de spanning uit een ruimte. En ze zijn niet stoffig, mits je een tint kiest met genoeg pigment. Een bruin met te veel grijs erin wordt droog.

Een vleugje saliegroen, sparen voor één detail

Dit is geen muurkleur bij ons, maar een accent. Saliegroen, een gedoofd, melkachtig groen, heb ik in onze hal als deurkleur. De voordeur is van binnen saliegroen, en je kunt ‘m vanuit de woonkamer net zien. Dat ene plekje groen verandert het hele gevoel van die entree.

Wat ik aan saliegroen waardeer is dat het neutraal voelt zonder grijs te zijn. Het werkt met houten meubels, met linnen, met natuurlijke materialen. Een hele muur saliegroen vind ik juist te veel, want het wordt dan een statement in plaats van een rustpunt. Een deur of een sokkel, dat werkt.

Een eenvoudig gebroken wit voor wat moet stralen

Tot slot: gebroken wit. Niet steriel-wit, maar met een minieme romige ondertoon. Dat gebruik ik op plafonds, in de keuken, en in de badkamer. Wit is geen kleur waar je niet over hoeft na te denken; integendeel. De juiste wittint is een van de moeilijkste keuzes. Maar als ‘m zit, doet ‘m haar werk: zorgen dat de aandacht naar de andere kleuren gaat, naar je meubels, naar het daglicht.

Een paar dingen die ik in de loop der tijd heb geleerd over kleur kiezen voor een rustig huis:

  • Verf altijd een echte stukje muur voordat je beslist. Stalen zijn klein en bedrieglijk.
  • Kijk naar de muur op verschillende momenten van de dag. Wat ‘s middags mooi is kan ‘s avonds vreselijk zijn.
  • Houd rekening met je vloer, want die bepaalt mee hoe een kleur valt.
  • Sla niet door met te veel verschillende tinten in één ruimte.
  • Een rustig interieur is niet hetzelfde als een kleurloos interieur.
Modern living room with minimalist furniture and decor.
Foto: GoodLifeConstruction via Unsplash

Wat ik nog zou willen proberen

Eerlijk: ik heb een lijstje in mijn hoofd voor het volgende project. Een diep nachtblauw in een gangkast. Een terracotta in de keuken als ik daar ooit aan durf. Een gebroken roze in een toilet als we ooit gaan verbouwen. Maar voor nu, met de vijf kleuren die ik beschreef, is ons huis een plek waar ik tot rust kom als ik ‘m binnenstap. En dat is uiteindelijk wat kleur in een huis moet doen: niet imponeren, maar verzachten. Wil je ook zien hoe ik aanvullingen kies aan de muren? In wanddecoratie zonder dat het te druk wordt beschrijf ik hoe ik dat aanpak.

Show Full Content

About Author View Posts

marlieke

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

Previous Een klein huis, een groot gezin: hoe het toch werkt
This is the most recent story.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Close
Close