De eerste keer dat we als gezin op vakantie gingen ben ik nooit meer vergeten. Mijn oudste was tweeënhalf, mijn jongste een halfjaar oud, en ik dacht oprecht dat we de Italiaanse zon zouden zien terwijl onze kinderen rustig op een handdoek lagen. Wat er gebeurde: we sliepen drie nachten amper, vergaten een paspoort thuis (gelukkig in Nederland nog, op de luchthavenparkeerplaats), en kwamen terug met een diep, primair verlangen naar onze eigen bank. Toch staan een paar dingen die we toen per ongeluk begonnen nu nog steeds, jaren later, in elke vakantie. Dat zijn onze tradities geworden, niet omdat we ze hebben gepland, maar omdat ze bleven werken.
Ik wil ze hier delen, niet omdat ze indrukwekkend zijn (dat zijn ze niet), maar omdat ik laatst tegen mezelf zei: dit zijn de dingen die mijn kinderen later zullen onthouden. En misschien herken je er iets in, of geeft het je een idee voor jullie.
De eerste avond is altijd pizza
Het maakt niet uit waar we naartoe gaan, hoe laat we aankomen, of we in een appartement, hotel of camping zitten: de eerste avond is pizza. Niet omdat het lekker is (al is dat ook zo), maar omdat het de toon zet. Niemand hoeft te koken, niemand zit in de auto te denken aan boodschappen, en de kinderen weten precies wat ze krijgen. Het is een vakantie-beginsignaal geworden, een soort akkoord dat we hier zijn en dat het nu begint.
Soms is het een pizza uit het kraampje aan de overkant, soms een diepvriespizza die in de oven van het vakantiehuis verdwijnt, soms een pizza van een restaurantje verderop dat we hebben gevonden. Op vakantie in Toscane vorig jaar was de pizzeria zo’n type van twee tafels en een grootmoeder achter de kassa, en mijn oudste praat er nog steeds over. Niet over de pizza zelf, maar over het kunststof tafelkleed met druiven erop. Kinderen onthouden andere dingen dan wij.

Een schelpen-doosje per kind
Sinds onze eerste echte strandvakantie krijgt iedereen aan het begin van de week een klein doosje. Een doos van een kerstbal, soms een doosje van een ring, soms gewoon een potje. Daar gaat alles in wat ze die week vinden mooi vinden. Schelpen meestal, maar ook een gladgeslepen stukje glas, een schroef die op een terras lag, een kleurig steentje. Aan het einde van de vakantie kijken we samen wat erin zit.
Die doosjes staan thuis op de plank in de hal. Twaalf doosjes per kind nu, gerangschikt op jaartal. Mijn dochter pakt er soms eentje uit en weet nog precies waar elke schelp vandaan komt. Dat is gekker dan ik dacht. Volwassenen verzamelen herinneringen in foto’s, kinderen verzamelen ze in tastbare dingen die naar zee ruiken.
Eén dag in een grote stad, één dag totaal niets doen
Elke vakantie hebben we deze twee uitersten ingeplugd. Op een gegeven moment in de week trekken we de stoute schoenen aan en gaan we naar een grote stad in de buurt. Niet de hele dag, niet met een loodzwaar programma, maar gewoon: een terras, een museum als het past, een paar straten doorlopen. En op een andere dag doen we expres helemaal niets. Geen excursie, geen plan, ontbijten tot elf uur, lezen, water, slapen, eten, slapen.
De stadsdag is voor mij, de nietsdag is voor de kinderen. Maar eerlijk: we hebben er allemaal allebei nodig. Ik schreef er meer over in mijn stuk over Toscane, want daar werkten beide dagen verbluffend goed.
Foto’s, maar dan anders
Als fotograaf ben ik altijd voorzichtig om de vakantie niet door de lens te beleven. Ik heb daar in mijn beginjaren te vaak in geworsteld. Wat ik nu doe is een eigen traditie: één keer per vakantie maak ik een serie van twintig foto’s, op één dag. Niet de mooiste, niet geposeerd, gewoon wat ik die dag zie. De koffiekop op de tafel, de voet van mijn partner op de bank, het wespje op de jam. Die series druk ik thuis op klein formaat af en plak ze in een opschrijfboek. Het is mijn favoriete vakantie-souvenir geworden.
De rest van de week heb ik mijn telefoon meestal in de tas en doe ik weinig met de camera. Niet omdat ik strict ben tegen mezelf, maar omdat ik weet dat ik anders alleen maar door een schermpje kijk. En dat is niet de vakantie die ik wil onthouden.

De terug-rit-bingo
Dit is misschien onze gekste traditie, en de kinderen vragen er nu zelf om. Op de laatste dag, voordat we vertrekken, maak ik samen met ze een soort bingokaart. Erop staan dingen die we onderweg kunnen tegenkomen: een rode tractor, een Belgisch kenteken, een tankstation met een specifieke naam, een wolk in de vorm van een hart. Niets ingewikkelds, gewoon dingen om naar uit te kijken.
Wat we daarmee bereiken: de terugrit voelt minder als terugrit en meer als een laatste stukje vakantie. Wie het eerst zijn kaart vol heeft, mag de eerste tankstation-snack kiezen. Het is een kleine truc, maar hij werkt. Tradities hoeven geen sentimentele bedoening te zijn, ze mogen ook gewoon iets zijn dat een lange rit dragelijk maakt.
Wat zijn jullie vakantie-tradities? De dingen die altijd terugkomen, hoe klein ook? Ik weet zeker dat je er meer hebt dan je denkt, je hoeft er alleen even bij stil te staan.
Comments