Het boek lag jarenlang ongelezen in mijn boekenkast en staarde me een beetje verwijtend aan elke keer dat ik erlangs liep. The Four Hour Workweek. Ik had het ooit cadeau gekregen van een vriend die net een sabbatical was begonnen. Vorig jaar pakte ik het er eindelijk uit, las het in twee avonden, en sloeg het dicht met de mengeling van inspiratie en lichte ergernis die mij vergezeld door de meeste productiviteitsboeken. Vier uur per week. Tuurlijk, joh.
Hier in 2026, met twee kinderen, een eigen werkruimte op de eerste verdieping en een agenda die elke maandag opnieuw moet ademen, is “vier uur werkweek” een soort sprookje. Maar daar onder zit wel iets dat werkt. Of in elk geval, dat voor mij werkt.
Het is geen kwestie van uren, het is een kwestie van wat je doet in die uren
Ik werk ruim meer dan vier uur per week. Niet dramatisch veel, maar zeker geen vier. Het wonderlijke is alleen: ik kreeg vroeger in dertig uur minder gedaan dan ik nu in twintig doe. Dat zit niet aan harder werken, dat zit aan iets anders. Aan welke dingen ik wel of niet doe.
Ik heb een paar jaar geleden een lijstje gemaakt van alles waar ik mijn werkdagen aan kwijt was. Niet om mezelf op de vingers te tikken, gewoon om te zien wat erin zat. Het was schrikken. Mailen. Vergaderingen waar ik echt niet bij hoefde. Tabbladen die ik open had voor “later”. Berichten die nu echt niet hoefden. Het hele patroon van reactief bezig zijn.
Sindsdien is mijn mantra: doe de moeilijkste twee dingen eerst, dan is de rest cadeau.

Vergaderen wordt overschat, schrijven wordt onderschat
Ik heb vergaderingen leren wantrouwen. Niet allemaal, want sommige zijn goud waard. Maar het automatisme van “we zetten er een uur voor” is gek. Vorig jaar heb ik geprobeerd alles wat in een mailtje of bericht kan ook gewoon dáár te houden. Geen uur Teams meer voor iets dat in vier zinnen kan.
Het levert me bij elkaar een paar uur per week op. En het rare is: niemand mist het. Mensen zeggen vaak ja tegen vergaderingen omdat ze beleefd willen zijn, niet omdat ze het écht willen. Als jij voor allebei kiest om te skippen, hebben jullie samen een uur gewonnen.
Mijn weken hebben vorm gekregen
Het belangrijkste dat ik veranderd heb is niet hoeveel ik werk, maar wánneer ik werk. Mijn weken hebben tegenwoordig vorm. Ik wist niet dat dat kon, maar het kan.
- Maandag is mijn rustigste werkdag, dan plan ik geen calls maar lange schrijfblokken
- Dinsdag en donderdag zijn mijn “mensen-dagen”: afspraken, calls, samenwerken
- Woensdagochtend werk ik niet, dat is met de kinderen
- Vrijdagmiddag rond ik af en plan ik de week erna
- Het weekend is écht het weekend, geen “even mailtjes wegwerken”
Het lukt niet altijd, want het leven gaat niet volgens schema. Maar de vorm staat, en dat helpt al.
Wat ik wel heb overgenomen van die hele filosofie
Het idee dat je leven niet op pauze hoeft tot je gepensioneerd bent, dát neem ik wel mee. Niet als “ga in Bali wonen en outsource alles”, want dat past hier niet bij. Maar wel: niet wachten op een denkbeeldige later. Als ik nu een vrije dinsdagochtend kan inplannen om met mijn dochter naar het park te gaan, dan doe ik dat. Als ik nu kan beslissen dat ik in juni twee weken vrij neem, dan doe ik dat.
Ik schreef daar trouwens ook over in dit stukje over werk-privébalans, omdat het hele idee van “vier uur werkweek” eigenlijk gewoon een hele extreme versie is van die balans-vraag. Hoeveel werken jullie eigenlijk, en waarom?

De échte mythe
De échte mythe van die vier-uur-werkweek is niet dat het wel of niet kan in vier uur. De mythe is dat productiviteit een doel op zich is. Dat je het maximale moet halen uit elke minuut. Dat je leven beter wordt als je systeem perfect is.
Mijn beste weken zijn de weken waarin ik twee belangrijke dingen heb afgemaakt, een paar mooie gesprekken heb gehad, en de rest niet te krampachtig heb opgevuld. Niet de weken waarin mijn to-do-lijst leeg was. Niet de weken waarin ik mezelf had geoptimaliseerd. Gewoon: rustige weken met genoeg ruimte voor het echte.
En als de timer dan toevallig op vier uur staat? Dan is dat een bonus. Maar het is niet het doel. Het doel is dat ik woensdagochtend met mijn dochter in het park sta, terwijl de zon door de bomen heen prikt, en denk: dit is hoe het hoort. Dáár doe ik het allemaal voor.
Comments