Toen onze oudste zes maanden was, hebben we zijn kamer ingericht met een muur vol kleurige sterren, een hangmobile in de vorm van een walvis, en een gordijn met cartoonolifantjes. Twee jaar later vroeg hij of die olifantjes weg konden, want hij vond ze “voor baby’s”. En daar stond ik dus, op een zaterdagochtend, met een schroevendraaier in mijn hand, alle babyfantasieën van de muur te halen.
Op dat moment heb ik mezelf voorgenomen: de volgende keer doen we het anders.
Het probleem met een “themakamer”
Ik snap helemaal waarom mensen voor een thema kiezen. Het ziet er op Pinterest schattig uit, je kan een complete look kopen in één winkel, en je weet meteen wat je doet. Maar de waarheid is: kinderen veranderen om de twee jaar van smaak. Wat ze met 2 helemaal te gek vinden, is met 4 saai. Wat ze met 4 willen, vinden ze met 7 voor kleine kinderen. En jij staat dan dus elke twee jaar de boel opnieuw te schilderen.
Bij onze tweede kamer hebben we het anders aangepakt. We zijn begonnen met de basis: muren, vloer, grote meubels. Allemaal in kleuren en vormen die niet “kinderachtig” zijn, maar ook niet zo strak dat ze koud aanvoelen. Een zachte beige op de muur, een houten vloer met een wollen kleed, een wit ledikant dat later een gewoon bed wordt.

Wat wel meegroeit en wat niet
Na een paar jaar heb ik een soort regel voor mezelf opgesteld. De dingen die lang meegaan, zijn altijd dezelfde categorie:
- Een degelijk bed dat omklapt van peuter- naar kinderbed. Wij hebben er een uit beukenhout en die kan nog jaren mee.
- Een lage kledingkast die ze zelf kunnen openmaken. Niets is zo handig als kinderen die zelf hun pyjama pakken.
- Een grote open boekenkast. Eerst voor stoffen boekjes, later voor leesboeken, later voor schoolspullen.
- Een gewone lamp, geen babymobile met een sterrenhemel. Dat ding zit drie jaar later nog op je plafond en je bent veel te lui om hem eraf te halen.
De dingen die juist veranderen — posters, kussens, beddengoed, een tapijt — kun je makkelijk vervangen zonder dat het een hele renovatie wordt. Een nieuw dekbedovertrek met een ander patroon kost je twintig minuten en geeft de kamer een totaal andere sfeer.
Een fout die ik maakte
Bij onze dochters kamer dacht ik slim te zijn. Ik koos een zachtroze muur, “want roze blijft wel”. Nou. Drie jaar later kwam ze thuis uit groep 2 en zei: “Ik wil geen roze meer.” Dat was dat. Ik heb die muur uiteindelijk overgeschilderd in een rustige groen-grijs, en die kleur staat er nu al vier jaar. Niet omdat het “neutraal” is, maar omdat het een kleur is die ze samen met mij heeft uitgekozen, in plaats van iets dat ik voor haar had bedacht.
Sindsdien doen we kleuren altijd samen. Niet “de hele kamer”, maar bijvoorbeeld één muur, of de gordijnen. Het scheelt eindeloos veel discussies later.
De zone-aanpak
Wat ons echt heeft geholpen is om de kamer in zones te denken in plaats van als één geheel. Een slaapzone met het bed en een nachtkastje. Een speelzone met een kleedje en open opbergbakken. Een rustige zone — een fauteuil of leeshoek waar ook ouders kunnen voorlezen. En een werkzone die als ze klein zijn vooral een knutseltafeltje is, en later een echte bureau wordt.
Als je in zones denkt, hoef je niet de hele kamer opnieuw in te richten als er iets verandert. Je past één zone aan. De speelzone wordt een chillzone met een fluwelen stoel en een lamp. Het knutseltafeltje wordt een bureau. De rest blijft staan.
Het opbergverhaal
Een ding wat ik echt elke ouder zou willen meegeven: investeer in fatsoenlijke opbergmogelijkheden. Niet die schattige rieten mandjes die er op Instagram leuk uitzien maar binnen drie maanden uit elkaar vallen. Echte stevige bakken, doorzichtig als het kan, met deksels of zonder. Wij hebben een paar grote bakken onder het bed staan en die zijn al jaren onze redding.
Hoe meer ze zelf bij hun spullen kunnen, hoe meer ze zelf opruimen. Dat klinkt simpel maar het maakt echt verschil. Het is ook iets wat ik beschreef in een eerder stuk over opruimen met kinderen volhouden — kinderen die hun spullen niet kunnen pakken, kunnen ze ook niet terug opruimen.

Wat ik nu zou doen als ik opnieuw kon beginnen
Eerlijk gezegd: minder is meer. Onze eerste kamer was te vol. Te veel kleurtjes, te veel decoratie, te veel “kindlijk maken”. Kinderen brengen vanzelf al genoeg kleur en chaos mee. De ruimte mag rustig zijn, dan zien ze hun eigen tekeningen en lievelingsknuffels veel beter.
Een kamer die meegroeit is uiteindelijk een kamer die niet schreeuwt om aandacht. Een kamer die ze met 3 prettig vinden, met 7 nog prettig vinden, en waar ze met 11 nog steeds graag spelen of huiswerk maken. Dat is geen Pinterest-perfectie. Dat is gewoon een kamer waarin ze zichzelf kunnen zijn.
Hoe heb jij de kinderkamer aangepakt — alles vanaf nul opnieuw bij elke fase, of net zoals wij meer in zones? Ik ben benieuwd naar jouw oplossingen.
Comments