Ik probeer al jaren te sporten op een manier die werkt naast het moederschap, en jarenlang werkte het dus niet. Sportschoolabonnementen waar ik gemiddeld drie keer per maand gebruik van maakte, hardloopplannen die strandden bij ronde één, yogamatten die statig opgerold tegen de muur leunden alsof ze er een interieur-stuk van moesten maken. Op een gegeven moment heb ik geaccepteerd dat het sporten zoals ik dacht dat het hoorde, in mijn leven gewoon niet ging passen. En toen ik dat losliet, ben ik pas écht gaan bewegen.

Ik schrijf dit niet voor de moeder die acht uur per dag de mat op kan. Ik schrijf dit voor de moeder die om half acht ‘s ochtends staat te koken en om half negen ‘s avonds nog steeds aan het opruimen is. Voor haar werkt sporten anders. En dat is geen tweede keus, dat is gewoon een ander vorm.

Het begon met de aanvaarding dat ik niet meer “twee uur naar de sportschool” ga

De eerste echte verandering was mentaal. Ik moest accepteren dat een uur (of, eerlijk, anderhalf uur als je heen-en-weer-reizen meetelt) naar de sportschool gewoon niet bij me past. Dat is geen luiheid, dat is rekenkunde. Als ik dat doe, blijft er voor mijn werk, mijn gezin en mijn zelf bijna geen tijd over. Of het kost me een gevoel van haast dat me precies tegenwerkt waar sporten me voor zou helpen.

Dus heb ik mijn doelstelling verlaagd. Niet “drie keer per week een uur”, maar “elke dag iets”. Iets kan twintig minuten zijn, het kan zes minuten zijn. Maar elke dag iets. Die regel klinkt soft en is hard. Sinds ik hem heb, beweeg ik veel meer dan in de jaren ervoor.

a woman and a child playing in a living room
Foto: Vitaly Gariev via Unsplash

Wat werkt bij mij, en waarom de kinderen erbij mogen

Ik ben de kinderen gaan meenemen in mijn beweging, niet om hen te leren sporten, maar omdat het de enige manier was om het te doen. Een paar dingen die nu vast bij ons horen:

  • Een dagelijkse wandeling van minimaal twintig minuten, met of zonder kinderen
  • Een korte yoga-sessie in de woonkamer (mijn jongste komt vaak op mijn rug zitten alsof hij een prijs op een paard heeft gewonnen)
  • Met de fiets naar school, niet altijd, maar minstens twee keer per week, ook als het regent
  • Twintig push-ups en een minuut plank voor het douchen in de ochtend
  • Een wekelijkse zaterdag-loop in het park, soms met mijn partner, soms in mijn eentje

Dit is geen indrukwekkend programma. Het is, eerlijk gezegd, vrij saai en herhalend. Maar het is wel iets dat ik echt doe, niet iets dat alleen in een agenda staat. Ik schreef eerder over de dagelijkse wandeling als therapie, omdat dat misschien wel de hoeksteen is geworden. De rest erbij is bonus.

Hoe ik omga met de schuldgevoel-machine

De moeilijkste hobbel was niet praktisch maar mentaal. Het idee dat ik “egoïstisch” was als ik dertig minuten voor mezelf nam terwijl er afwas op de aanrecht stond. Dat zelfzorg een soort luxe was die ik moest verdienen door eerst alles te hebben opgeruimd, alle e-mails te hebben beantwoord, alle kinderen-vragen te hebben afgevinkt. Spoiler: dat moment komt nooit. Als je wacht op die “klaar”-fase, ga je nooit sporten.

Wat me hielp was iets dat een vriendin tegen me zei: “Je kinderen leren niet wat je zegt, ze leren wat je doet.” Als ik wil dat mijn kinderen leren bewegen, moet ik bewegen. Niet met de boodschap “dit moet”, maar met het gewone, vanzelfsprekende beeld van een moeder die haar gympen aantrekt. Sinds die zin heb ik mijn schuldgevoel als sportmotivatie ingezet. Vrij effectief, eerlijk gezegd.

Wanneer het wel goed werkt, en wanneer niet

Wat werkt is: de gympen klaar leggen voor ik naar bed ga. Mijn sportkleren onder mijn pyjama als ik weet dat ik ‘s ochtends ga lopen (zet ook door als ik geen zin heb, omdat ik anders eerst nog moet omkleden). Een korte playlist die maar één keer langer is dan ik wil, zodat ik niet voortijdig stop. En mijn telefoon op vliegtuigstand tijdens de wandeling, want anders ben ik geen halve kilometer onderweg of er komt iets binnen.

Wat niet werkt is: planning over twee weken vooruit. Ik weet niet wat er over twee weken gebeurt. Ik weet niet of mijn kind dan ziek is, of ik dan een deadline heb, of mijn schoonmoeder dan komt eten. Dus plan ik per dag of per week. Strakke schema’s zijn niet voor moeders met jonge kinderen, en als iemand je iets anders vertelt, dan staat hij of zij in een leven dat geen kinderen heeft.

a woman sitting on a yoga mat with a child
Foto: Vitaly Gariev via Unsplash

Wat ik er uiteindelijk uit haal

Niet gewicht. Niet zichtbare spieren. Niet een Strava-score waarop ik trots ben. Wat ik eruit haal is iets veel waardevollers: een lichaam dat zich beter voelt aan het einde van de dag. Een hoofd dat helderder werkt. Een korter lontje wordt langer, een korte concentratie wordt langer, een korte adem wordt langer. Het is een soort fundament onder mijn dagen, niet een prestatie naast mijn dagen.

En de kinderen zijn het gewoon gaan vinden. Ze vragen niet meer waarom mama sportkleren aanheeft, ze vragen of ze mee mogen. Soms wel, soms niet. Maar dat ze de vraag stellen, daar ben ik trots op.

Hoe doe jij dit? Heb jij een vorm van bewegen gevonden die wel past, of zit je nog in de fase dat het sportschoolabonnement vooral een schuldgevoel-abonnement is? Ik herken het, en ik vertel graag mee.

Show Full Content

About Author View Posts

marlieke

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

Previous Behang of verf in de woonkamer? Wat ik koos en waarom
This is the most recent story.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Close
Close