Het was een dinsdag in januari toen ik om elf uur ‘s ochtends bijna ruzie kreeg met onze pakketbezorger. Hij sprak helemaal normaal tegen me en ik snauwde een antwoord terug dat hem rechtop zette. Hij keek me aan met die blik van: gaat het wel? En ik wist meteen wat er aan de hand was. Ik had die ochtend, zoals zo vaak, niet gegeten. Alleen koffie. En tegen elf uur had mijn lijf zijn eigen mening over die keuze.
Sinds die ochtend ben ik weer gaan ontbijten. Klinkt klein, maar het is een van de grootste veranderingen geweest in mijn dagelijks leven sinds we kinderen kregen. En ik wil je vertellen waarom dat alles voor mij heeft veranderd, want misschien herken jij je in de moeder die ik was.
Waarom ik gestopt was met ontbijten
Het ging sluipend. Toen ik mijn oudste kreeg, was er in de ochtend gewoon geen tijd. Hij had te eten, mijn man had te eten, en als ik mezelf op de bank kon krijgen met een koffie was dat al een overwinning. Daarna kwam mijn jongste, en de chaos werd structureler. Ik kon nooit ontbijten zonder onderbreking, dus ik ben gestopt met proberen.
Wat ik niet door had, was dat ik mezelf systematisch onder mijn behoeftes liet gaan. Mijn lijf vroeg om brandstof, ik gaf ‘m koffie, en tegen het einde van de ochtend was mijn humeur in vrije val. Ik dacht dat ik gewoon een chagrijnige moeder was geworden door slaapgebrek. Maar dat klopte maar half.

De verandering die ik maakte
Ik ben begonnen met heel klein. Niet met een tafel vol fruit en yoghurt en granola, want dat ging me niet lukken. Ik begon met een kom havermout met heet water en een schepje pindakaas. Drie minuten werk. Eet ik staand aan het aanrecht terwijl de kinderen hun cornflakes eten.
Dat was de truc: het moest zo simpel zijn dat ik geen excuus had om het over te slaan. Geen ingewikkelde smoothies, geen pannenkoekjes, geen mooi gedekt bord. Gewoon havermout met heet water, soms met banaan, soms met een handje noten. En koffie erbij. Klaar. Tien minuten later sta ik in de spits klaar voor de dag.
Wat er allemaal veranderde
Eerst dacht ik dat dit niets zou doen. Maar binnen twee weken merkte ik dingen die ik niet voor mogelijk had gehouden. Een paar voorbeelden:
- Ik schreeuwde minder tegen de kinderen tussen acht en tien uur ‘s ochtends.
- Mijn middag-trek naar suiker was bijna helemaal weg.
- Mijn humeur in de ochtend werd stabieler, ook richting mijn man.
- Ik kreeg meer mentale ruimte voor de kleine dingen, zoals een gesprek aanknopen met mijn oudste over zijn school.
- Ik sliep beter, wat me het meest verraste van alles.
Dat laatste begrijp ik nog steeds niet helemaal, maar ik vermoed dat een stabieler lichaam in de ochtend ook een stabieler lichaam in de avond geeft. Hoe dan ook: het werkte. En dat in een week of twee, niet maanden.
De drie ontbijten die nu mijn standaard zijn
Inmiddels heb ik drie soorten ontbijt die ik om-en-om eet. Dit zijn ze:
Eén: havermout met heet water, een banaan in plakjes, een lepel pindakaas en kaneel. Het is voedzaam, het houdt me tot lunchtijd op de been, en de kinderen vinden ‘m soms ook lekker zodat ik mezelf een tweede schepje opscheep.
Twee: een volkoren-boterham met avocado en een gekookt ei. Klinkt cliché omdat heel Nederland avocado eet, maar dit is echt mijn happy place. Het vet en eiwit samen geven me vier uur energie.
Drie: een kommetje yoghurt met granola en bessen. Dit doe ik vooral in de zomer als ik geen zin heb in iets warms. Niet de goedkoopste optie, maar de zomerse koelte ervan kan ik niet vervangen.
Wat ik geleerd heb over mezelf
De diepste les is niet over ontbijt. De diepste les is dat ik mijn eigen behoeftes was gaan zien als optioneel. Dat ik dacht: de kinderen eerst, mijn man dan, ikzelf als er tijd is. Maar als ik mezelf wegcijfer, ben ik niet de moeder die ik wil zijn. Ik ben dan een vermoeide, hongerige, kortaangebonden versie van mezelf.
Ontbijten was een hele kleine herstelhandeling die zei: ik ben ook iemand. Ik heb ook eten nodig. Mijn lijf telt ook. Dat klinkt klein en ook een beetje sneu dat ik dat moest leren, maar ik denk dat ik niet de enige moeder ben die dit zo kent. Dezelfde gedachte loopt door het ritueel dat mij elke ochtend door de dag helpt, en als ik op één ding zou stemmen waar ik in mijn dagelijkse welzijn van gewonnen heb in 2026, is het ontbijten weer terugbrengen.

Voor wie hier nu zit en denkt: kan dat ook voor mij?
Ja. Maar begin klein. Een kom havermout, een boterham, een gekookt ei. Maak het niet ingewikkeld, en verwacht niet dat je in week één het verschil voelt. Geef het twee weken. Eet het zelfs als je geen honger hebt, want je honger-signalen kunnen verlopen zijn als je lang hebt overgeslagen. En als jouw kinderen kijken hoe je het doet, geef je ze meteen een mooie boodschap mee: dat een dag begint met aandacht voor jezelf. Mijn jongste heeft me laatst spontaan een koffietje in bed gebracht, met daarbij een banaan. Ik moest huilen. Soms zijn de dingen zo klein, en toch zo groot.
Comments