Het was juni, het regende een beetje, en onze oudste was precies acht weken oud toen we voor het eerst meer dan een uur met haar in de auto stapten. We gingen naar mijn schoonouders in Limburg, een rit die op papier twee en een halfuur duurde maar in werkelijkheid eindigde rond de vijf uur. Ik herinner me dat ik twee keer in tranen op een parkeerplaats zat omdat ze maar niet ophield met huilen, en dat ik ergens bij Eindhoven serieus overwoog om de auto in een sloot te rijden alleen maar omdat dat zou betekenen dat ik even niet hoefde te beslissen wat ik moest doen.

Het idee dat ik nog steeds dezelfde persoon was

Ik denk dat het grootste obstakel die eerste rit was dat ik nog niet had geaccepteerd dat ik een ander leven leidde. Voor de geboorte stapte ik in de auto, zette mijn muziek aan, en reed. Nu plande ik die rit op exact dezelfde manier en dat klopte gewoon niet. Een baby in een autostoel is geen pakketje, het is een mens met behoeften die zich op de raarste momenten melden, vaak op de A2 bij regen.

Wat had geholpen was als ik mezelf van tevoren had toegestaan om die rit twee keer zo lang te laten duren. Dan was elke stop een planning geweest in plaats van een nederlaag. En had ik mezelf niet voortdurend wijsgemaakt dat ze wel zou slapen omdat babies in auto’s slapen, toch? Soms wel. Soms ook helemaal niet.

A child has a bag over their head in car.
Foto: Daisy D via Unsplash

Wat ik anders zou pakken in de kofferbak

De inhoud van die eerste autorit-tas zou ik nu volledig herzien. Toen had ik vooral dingen meegenomen die ík nodig dacht te hebben: koffie, een tijdschrift, een boek voor onderweg, een trui voor mocht het koud worden. Wat ik had moeten meenemen waren dingen voor háár, niet voor mij.

Een extra pak luiers in een specifiek tasje vooraan, niet ergens onderin de koffer. Twee complete setjes kleren, niet één, want ik onderschatte hoe vaak je een kind kunt onderspugen tussen Utrecht en Eindhoven. Een goede inbakerdoek die zowel als zonwering, als deken, als spuugdoek dienst kan doen. Doekjes die niet in een tasje verstopt zitten maar binnen handbereik liggen. En, dit klinkt simpel maar het is het niet: een flesje water voor mezelf in de drinkhouder, want borstvoeding geven op parkeerplaatsen zonder water is werkelijk geen genoegen.

Het ritme van de rit

Wat me uiteindelijk het meest hielp bij latere ritten was een ritme dat ik die eerste keer nog niet kende. Babies hebben hun eigen klok, en die klok luistert niet naar Google Maps. Bij ons werkte het pas echt toen ik accepteerde dat we elke anderhalf uur stopten, of we het nu wilden of niet.

Op die stops was de regel: niet gewoon even een plas plegen en weer weg, maar minstens een halfuur uit de auto. Even op een bankje, even zij uit de stoel, even rondkijken, even rustig drinken. Dat klinkt als veel tijd verloren, maar de tweede helft van de rit was daarna altijd kalmer. We zijn een paar keer langs dezelfde benzinepompen in Brabant gestopt en ik begin de kassières daar bijna bij naam te kennen.

Wat het echt verschil maakte

Er waren een paar dingen die de tweede en derde keer alles makkelijker maakten, dingen die ik bij de eerste rit nog niet had bedacht.

  • Vertrekken vlak voor haar normale slaapje, niet vlak erna, zodat ze de eerste 45 minuten gewoon weg zou suffelen.
  • Een spiegeltje op de achterbank zodat ik haar kon zien zonder te draaien.
  • Een rustige speellijst op zachtjes, geen radio met reclames die ineens te hard staan.
  • Iemand op de achterbank naast haar als dat kon, gewoon voor de rust.
  • Pas vertrekken met een verschoonde, gevoede baby, ook al kost dat een uur extra.
white fur textile on black textile
Foto: Bia Octavia via Unsplash

Wat ik mijn eerdere zelf zou willen vertellen

Als ik nu naast mezelf op die parkeerplaats bij Eindhoven zou kunnen zitten, met die huilende baby en dat gezicht dat zegt dat ik dit niet aankan, zou ik haar gewoon een arm geven. Geen tips, geen lijstje, geen “had je dit nou maar gedaan”. Want het is niet zo dat ik faalde die dag, het is dat ik leerde wat een eerste autorit met een baby werkelijk vraagt.

Inmiddels heb ik drie kinderen, en de auto is voor ons echt een verlengstuk van het huis geworden. Ik schreef eerder over wat er altijd in mijn auto zit als ik met kinderen rijd, en daar zit nog steeds een echo van die eerste rit in. Een grote tas die ik nooit meer thuis laat. Een waterfles die altijd vol is. En vooral: het besef dat reizen met kinderen geen race is, maar een ritme.

Als jij straks voor het eerst met een baby een wat langere rit gaat maken, gun jezelf alstublieft de tijd om het niet perfect te doen. De eerste keer moet je gewoon doorkomen. De rest leer je tijdens de volgende keren.

Show Full Content

About Author View Posts

marlieke

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

Previous Een ondernemersweekend gepland: hoe en waarom
This is the most recent story.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Close
Close