Ik was negen weken zwanger en stond in de groenteafdeling van de supermarkt naar een paprika te kijken alsof het een wiskundig probleem was. Ik kon werkelijk niet bedenken of we hem nodig hadden, of we er al een hadden, of ik überhaupt vandaag nog ging koken. Mijn oudste trok aan mijn jas en zei: “Mama, kom we gaan.” Ik moest even tegen het stelling leunen. Daar, tussen de courgettes en de aubergines, besefte ik dat dit een soort moe was die ik nog niet kende. Niet vermoeidheid van laat naar bed, niet vermoeidheid van een nacht slecht slapen, maar vermoeidheid op celniveau.
De moeheid die niemand me had verteld
Bij mijn eerste zwangerschap had ik gelezen dat het eerste trimester vermoeiend kon zijn, maar ik had ergens in mijn hoofd het beeld dat het zou gaan zoals na een drukke week: een paar nachten goed slapen en het zou klaar zijn. Wat ik niet had begrepen was dat deze vermoeidheid je niet verlaat als je gaat liggen. Je kunt veertien uur slapen en dan wakker worden met het gevoel dat je nog steeds aan het wegzakken bent.
Mijn verloskundige zei dat het lichaam in het eerste trimester ongeveer evenveel werk verzet als een topsporter tijdens een ironman. Een hele placenta opbouwen, een baby vanaf niks creëren, en ondertussen je hormonen volledig herinrichten. Toen ik dat hoorde voelde ik me ineens minder zwak. Het was niet dat ik faalde, het was dat mijn lichaam bezig was met iets immens en mij liet weten dat ik mee moest werken.

Wat me door de eerste maanden hielp
Bij mijn derde zwangerschap, twee jaar geleden, was ik beter voorbereid. Niet omdat ik wist hoe ik de vermoeidheid weg kon krijgen, want dat kun je niet, maar omdat ik wist hoe ik er anders mee kon omgaan. Het belangrijkste dat ik mezelf gunde was om ja te zeggen tegen de moeheid in plaats van ertegen te vechten.
Concreet betekende dat: tussen de middag een halfuur op de bank, ook als ik vond dat dat slap was. Eerder naar bed, ook al was de afwas nog niet gedaan. Een vriendin afzeggen voor een etentje zonder daar drie zinnen excuses bij te bedenken. Mijn vriend duidelijker laten weten wat ik die week wel en niet zou doen in huis, in plaats van te hopen dat hij het zelf zou zien. Dat klinkt simpel maar het kostte me jaren om het zonder schuldgevoel te kunnen doen.
Voedsel dat hielp, en voedsel dat tegenwerkte
De relatie tussen eten en energie is in een zwangerschap raar en eigenwijs. Ik dacht: ik moet goed eten, dus salades en magere yoghurt en quinoa. Mijn lichaam zei: ik wil tosti’s. Tegen mijn beter weten in luisterde ik in mijn derde zwangerschap voor het eerst echt naar wat mijn lichaam vroeg, en kreeg ik veel meer energie binnen door precies dat wat ik anders zou hebben afgeschreven als “ongezond”.
Drie maaltijden per dag werkten niet voor mij in het eerste trimester. Vijf of zes kleine momentjes wel. Een halve banaan om elf uur, een handje noten om drie uur, een boterham met pindakaas voor het slapen gaan. Vooral dat laatste hielp me ‘s nachts meer doorslapen, want een lege maag in combinatie met zwangerschapshormonen was bij mij een recept voor om vier uur klaarwakker in bed liggen denken aan dingen die toch niet opgelost konden worden.
De dingen die ik anderen zou aanraden
Ik weet hoe vervelend het is om vermoeidheidstips te krijgen van iemand die op haar best uitgerust uitziet, dus dit lijstje is met al mijn relativeringsvermogen geschreven.
- Vraag hulp aan iemand die je niets schuldig hoeft te zijn. Een buurvrouw, een vriendin, een ouder. Voor één klusje per week, dat scheelt al meer dan je denkt.
- Plan niets in ‘s avonds in het eerste trimester, ook geen leuke dingen. Energie sparen is een keuze die je maakt voor de toekomst.
- Eet sneller dan je goed-vindt. Wachten tot de honger komt is te laat in een zwangerschap.
- Drink water voor je wakker bent. Een fles naast het bed die je leeggiet voor je opstaat scheelde mij echt iets.
- Vertel mensen waarom je zo moe bent, ook al ben je nog in de “geheime” fase. Iemand die het weet kan je beter aanvullen.

Wat ik ervan heb geleerd over mezelf
Drie zwangerschappen verder kan ik zeggen dat die vermoeidheid in het eerste trimester mij iets heeft geleerd dat verder reikt dan die maanden zelf. Ik heb geleerd dat mijn lichaam veel duidelijker communiceert dan ik altijd had aangenomen. Het zegt me wanneer het te veel is, wanneer ik iets nodig heb, wanneer ik moet stoppen. Ik luisterde alleen niet, omdat ik dacht dat doorgaan een deugd was.
Sindsdien, ook nu de baby’s er allang zijn, probeer ik bij andere fases in mijn leven dat luisteren vast te houden. Niet alleen wachten tot ik in elkaar zak om mezelf rust te gunnen, maar eerder al. Ik schreef daar eerder iets over in vermoeidheid van moeders: wanneer is het te veel, en eigenlijk komt die hele vraag oorspronkelijk uit mijn eerste zwangerschap. Daar leerde ik voor het eerst dat moe niet altijd een gebrek is. Soms is het een signaal.
Als jij nu in een zwangerschap zit en je voelt je voortdurend opgebrand, gun jezelf alstublieft de rust waar je naar verlangt. Het is geen luxe en geen zwakte. Het is precies wat je lichaam je vraagt.
Comments