Mijn schoonzus stuurde me laatst een foto van haar woonkamer waarin ze trots wees naar haar zes weelderige planten, allemaal groen, allemaal levend, allemaal bewust gekozen. Daaronder schreef ze, met enige zelfspot: “Hoe doe jij het toch?” Ik moest lachen. Want bij ons in huis is plantverzorging een lange geschiedenis van mislukkingen met af en toe een wonder ertussen. Inmiddels heb ik drie planten die elke ramp overleven en zeven die ik beter niet meer had gekocht. Mijn moeder zou zeggen: leerschool van de tuinwereld.
De drie die het wonderbaarlijk wel volhouden
Op een ochtend keek ik door mijn woonkamer en realiseerde me dat er drie planten waren die ik werkelijk nooit aandacht gaf, en die desondanks bleven groeien. De ZZ-plant in de hoek bij de boekenkast staat daar al vier jaar en ik weet niet eens precies wanneer ik hem heb gekregen. Hij krijgt geen direct zonlicht, ik geef hem water als ik eraan denk, wat misschien een keer per drie weken is, en hij staat erbij alsof hij vorige week is gekocht.
Naast hem leeft een sansevieria, ook wel vrouwentong genoemd, die ik in een vlaag van enthousiasme heb gekocht bij een tuincentrum waar ik per ongeluk doorheen liep. Hij krijgt zo mogelijk nóg minder water dan de ZZ-plant en ziet er nog steeds prima uit. De derde overlever is een gatenplant, de zogenaamde monstera, die voor het raam in onze hal staat. Hij is wel iets gevoeliger, maar zelfs hij vergeeft me als ik twee weken op vakantie ben.

Waarom deze drie het redden
Ik heb me natuurlijk afgevraagd wat deze drie gemeen hebben, en het antwoord is verrassend simpel: ze houden van verwaarlozing. Allemaal komen ze oorspronkelijk uit klimaten waarin droogte gewoner is dan overvloed. Ze zijn ontwikkeld om te kunnen wachten op water, niet om voortdurend in vochtige aarde te staan. En precies dat doe ik instinctief verkeerd bij andere planten: water geven omdat ik me een zorgzame plantenmoeder wil voelen, terwijl de plant het helemaal niet vroeg.
De ZZ-plant en de sansevieria vergeven werkelijk alles, behalve overdaad. Vraag ze om in een donkere hoek te staan, prima. Vraag ze om twee weken zonder water, prima. Vraag ze om langs een tochtdeur te leven, ook prima. Maar geef ze twee keer per week water en ze beginnen te kreunen alsof ze in een moeras zijn beland.
De zeven die het bij ons niet hebben gered
De rouwlijst is langer dan de overleverslijst, en eerlijk is eerlijk, ze verdienen een eervolle vermelding. Hier is mijn galerij van planten die ondanks goede bedoelingen het loodje hebben gelegd.
- Een varens van twaalf euro die binnen drie weken een soort dorre vogelveer was geworden. De vochtigheid in mijn woonkamer matchte gewoonweg niet met wat hij vroeg.
- Een orchidee die ik had gekregen voor een verjaardag. Ze leefde acht maanden, bloeide niet meer na de eerste bloei, en stierf langzaam aan iets dat ik nooit heb kunnen diagnosticeren.
- Een citroenboompje uit het tuincentrum dat ik op het terras had gezet en in de winter binnen had gehaald. Hij hield niet van mijn winterse kamertemperatuur. Of misschien van mij.
- Een succulent die er onsterfelijk uitzag op Instagram. Bij mij begon hij vanaf dag drie zacht en glibberig te worden, alsof ik er een kwal in een potje had geplant.
- Een Calathea, die elke dag andere kleuren leek aan te nemen, waarvan geen enkele het oorspronkelijke groen was.
- Een Alocasia, ook wel olifantsoor, die bij vrienden weelderig groeit en bij mij na drie maanden eruit zag als een gevallen krijger op een slagveld.
- Een Ficus Lyrata, de geliefde Instagram-plant, die ik had gekocht in een dappere bui en die binnen twee maanden al zijn bladeren in een hoekje van mijn woonkamer had achtergelaten.
Wat ik geleerd heb van mijn plantenkerkhof
Het belangrijkste dat ik heb geleerd is dat planten niet keuzevak zijn op basis van hoe ze eruit zien op Instagram. Een Ficus Lyrata kan adembenemend zijn op een foto, maar als jij niet kunt of wilt voldoen aan zijn lichteisen, zijn waterhonger en zijn temperatuurgevoeligheid, dan koop je geen plant maar een toekomstige bron van verdriet.
Ik kies inmiddels op een hele andere manier. Eerst denk ik aan de plek waar de plant moet komen. Hoeveel licht valt daar werkelijk, en hoe verandert dat door het jaar heen? Hoe vaak loop ik er langs, want hoe vaker hoe meer kans dat ik op tijd zie dat er iets mis is. En vooral: heb ik tijd voor deze plant? Een Calathea is een huisdier. Een ZZ-plant is een meubelstuk dat toevallig leeft.

Een paar regels die ik nu hanteer
Sinds mijn plantenkerkhof zo lang is geworden hanteer ik strengere regels voordat ik nieuwe planten koop. Geen plant uit een opwelling, geen plant zonder eerst te googelen wat hij nodig heeft, geen plant die meer aandacht vraagt dan ik realistisch kan geven. En, eerlijk gezegd, geen plant duurder dan twintig euro, want dan word ik te emotioneel betrokken bij zijn welzijn.
Wat me ook helpt is om accepteren dat sommige planten gewoon niet bij mijn huis passen. Mijn buurvrouw heeft een huis met grote zuid-ramen en een vochtige badkamer waar de wonderlijkste planten gedijen. Mijn huis is donkerder en droger. Dat is geen falen, dat is gewoon wat we hebben. Ik koos er onlangs voor om mijn ZZ-plant en sansevieria te vermenigvuldigen door stekjes te nemen, en die staan nu door het hele huis. Het is bijna eentonig groen, maar het leeft, en dat is iets waarvan ik nooit dacht dat ik er trots op zou zijn. Eerder schreef ik over mijn favoriete kleuren voor een rustig interieur, en eigenlijk passen deze twee winnende planten daar perfect bij: kalm, duurzaam, niet schreeuwend om aandacht.
Als jij ook een lange lijst hebt van planten die het niet hebben gered, dan kan ik je geruststellen: het ligt niet aan jou, het ligt aan de plant en aan je huis. Kies eens drie planten die houden van wat jij ze te bieden hebt, in plaats van wat je ze zou willen geven. Daarna gaat het opeens vanzelf.
Comments